donderdag 22 november 2012

Koerdische hongerstaking gestopt zonder resultaat

De hongerstaking van Koerdische gevangenen in Turkse gevangenissen is voorbij, 67 dagen nadat de actie begon op 12 september. Het einde kwam na een oproep van de Koerdische leider Abdullah Öcalan, die zelf sinds 1999 gevangen zit op het eiland Imrali. Hij deed de oproep nadat hij bezoek had gehad van zijn broeder, Mehmet. Iedereen die de Ierse hongerstakingen van de jaren 80 heeft meegemaakt, kan alleen maar opluchting voelen als er een hongerstaking ten einde gaat zonder dat er dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Toch moeten we bij het einde van deze hongerstaking enige kanttekeningen plaatsen, die van belang zijn voor toekomstige acties. Het is nodig om even goed te kijken naar de woorden van Öcalan die uiteindelijk een einde aan de actie maakten.

Abdullah Öcalan zei dat hij het wapen van de hongerstaking niet de juiste manier vindt om eisen af te dwingen. Verder zei hij dat hongerstakingen eigenlijk buiten de gevangenissen moeten plaats vinden en dat de staking nu gestopt kon worden omdat het doel bereikt was. Ten eerste is het vreemd dat de Koerdische leider nu de hongerstaking afkeurt als actievorm, want de PKK heeft sinds haar ontstaan regelmatig gebruik gemaakt van hongerstakingen, vooral in de gevangenissen. De eerdere acties moeten de goedkeuring van Öcalan hebben gehad, want hij heeft nooit iets gedaan om deze actievorm uit te bannen. Integendeel. Ten tweede is het onzinnig om te zeggen dat hongerstakingen niet in de gevangenissen plaats moeten vinden, maar juist daarbuiten. Dit is zeker geen revolutionair standpunt.

Als revolutionair buiten de gevangenis probeer je zo lang mogelijk in leven te blijven, en ook in goede conditie omdat je op die manier je vijanden het beste kunt bestrijden. Op geen enkele manier ga je jezelf ondermijnen of verzwakken, wat tijdens een hongerstaking gebeurd. Hongerstaken buiten de gevangenis doe je niet omdat je heel veel andere manieren hebt om je vijanden onder druk te zetten of aan te vallen. In de gevangenis ligt dit natuurlijk anders. Er kunnen omstandigheden zijn die actief verzet nodig maken en dan is de hongerstaking, naast de opstand, het enige alternatief. Je hebt immers geen andere wapens. Het enige wapen dat je tot je beschikking hebt is je eigen lichaam. Dat kun je onder bepaalde omstandigheden inzetten. Bijvoorbeeld als het regime in de gevangenis zo onmenselijk is dat strijd voor verbetering nodig is. De eis in Ierland was dat gevangenen als krijgsgevangenen en niet als criminelen werden behandeld. Dat was een rechtvaardige eis, die uiteindelijk ook werd ingewilligd.

In het geval van de Koerdische hongerstaking moet je je afvragen of de actie echt gerechtvaardigd was. De eisen waren eigenlijk heel breed; Abdullah Öcalan moest weer bezoek van zijn advocaten mogen ontvangen, er moest meer acceptatie van de Koerdische taal komen en de gevangenisomstandigheden moesten worden verbeterd. De laatste eis zou een hongerstaking rechtvaardigen, onder bepaalde omstandigheden, maar de eerste twee eisen zeker niet. Van de eisen is er geen enkele echt ingewilligd, dus hoe Abdullah Öcalan kan beweren dat het doel gehaald is valt niet te verklaren. Daar komt nog bij dat de eerste eis ook niet met de realiteit overeen komt. Het was immers op 17 november niet de eerste keer dat Öcalan bezoek kreeg van zijn broer. Mehmet Öcalan was ook al in september op Imrali. Van een totale isolatie was dus geen sprake meer.

Voor alle duidelijkheid; het is juist dat de hongerstaking nu voorbij is en dat er geen dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Maar de vraag is wel waarom al deze offers nodig waren, als de actie zo snel zonder resultaten kan worden afgeblazen. Want laat er geen misverstand over bestaan, een langdurige hongerstaking is een lijdensweg die moeilijk te beschrijven is aan iemand die het niet van nabij heeft meegemaakt. Zelfs nu dat de staking voorbij is zullen veel van de hongerstakers grote lichamelijke schade hebben opgelopen. Organen worden aangetast en sommige beschadigingen komen pas jaren later aan het licht. Dat is de bittere waarheid voor iedereen die ooit aan een langdurige hongerstaking heeft deel genomen.

We moeten vaststellen dat het wapen van de hongerstaking in de laatste jaren zijn scherpte heeft verloren. De autoriteiten negeren deze actievorm meer en meer en ook de pers, landelijk en internationaal, heeft steeds minder interesse. De grote offers van de hongerstakers zijn dus steeds vaker voor niets. Dit geldt nog meer als de autoriteiten gaan denken dat hongerstakingen niet meer tot het einde worden voortgezet. Ze kunnen dan rustig achterover leunen en afwachten.

De conclusie moet zijn dat er heel voorzichtig en spaarzaam met het wapen van de hongerstaking moet worden omgesprongen. Meer onbezonnen acties zullen de schade alleen maar groter maken en nog meer schade aanrichten bij de mensen die aan de actie deelnemen. Voor de hongerstaking moet in feite hetzelfde gelden als voor de gewapende strijd in het algemeen. Je gaat de confrontatie alleen aan als je ook daadwerkelijk een kans hebt om een overwinning te behalen. Zonder deze kans is het alleen een verspilling van revolutionaire levens.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen