donderdag 28 februari 2013

De Februaristaking komt tot leven

Door: Kees de Bree (redacteur Het Rode Vaandel)

Het is niet over dreven om te beweren dat traditioneel de herdenking van de Februaristaking 1941 op het Jonas Daniel Meijerplein de meest strijdbare herdenking van het jaar is. Weliswaar is de deelname over de jaren sterk teruggelopen, en wordt op zijn hoogst eenmaal door de hoofdspreker, meestal de burgemeester, gerefereerd aan de CPN, toch is het karakter van de herdenking het zelfde gebleven. Het mag dan zo zijn dat de CPN maar eenmaal wordt genoemd, deze keer door de burgemeester van Amstelveen, toch weet bijna iedereen die op het plein aanwezig is dat zonder diezelfde CPN er nooit een Februaristaking zou zijn geweest. Het verhaal dat het om een spontane actie ging is intussen al lang naar het rijk der fabelen verwezen. Ook dit jaar stond de Dokwerker weer in de schijnwerpers, zo als vanouds. Er werden bloemen gelegd, oude bekenden troffen elkaar en er waren de gebruikelijke toespraken en gedichten.

Maar wie het echte verhaal van de Februaristaking wilde horen, en ook wat er aan vooraf ging moest niet op het plein zijn, maar aan de andere kant van het Waterlooplein. Aan de Amstel, bij het monument voor het Joods verzet, hield de Vriendenkring Mauthausen haar eigen herdenking voor alle Joodse verzetsstrijders die in de illegaliteit hun leven hadden verloren. Zeker, de groep die zich daar had verzameld was veel kleiner dan op het Jonas Daniel Meijerplein, maar de herdenking was veel strijdbaarder en straalde veel meer de geest van de Februaristaking uit. In feite had het motto van de herdenking kunnen zijn; wij pikken het niet meer. Want precies daar ging de inleiding over die schrijfster Joostje Lakmaker daar gaf. Zij schreef eerder een boek over haar Joodse grootvader die jarenlang onderdeel was van de geschiedenis van de Jodenhoek.

Natuurlijk vertelde Mevr. Lakmaker over de staking en hoe geweldig het was dat duizenden Amsterdammers in staking waren gegaan om hun Joodse vrienden en kameraden te beschermen tegen de terreur van de Duitse bezetter. Maar haar inleiding bevatte veel meer dan alleen het verhaal van de staking. Ze gaf een beschrijving van de Jodenhoek en de mensen die daar woonden, en daarbij stond ze vooral stil bij de emancipatie van vooral de jongeren die de uitbuiting en de armoede al lang voor de oorlog niet meer pikten. Ze gaf aan hoe veel mensen in de oude buurt tot het socialisme kwamen en hoe zich dit ondermeer uitte in het opzetten van de Diamantbewerkers Bond van Henri Polak. Ze sprak over stakingen en protesten en hoe de jongeren in conflict kwamen met hun ouders die passief bleven en niet mee gingen in de strijd. Juist door die strijd werd het leven wat beter en kwamen mensen uit de buurt ook in aanmerking voor betere huizen in andere wijken. Maar het echt Joodse proletariaat bleef rond het Waterlooplein wonen en Mevr. Lakmaker legde uit dat in de strijd die voor de oorlog werd gevoerd, de basis was gelegd voor de strijd die de Joodse jongeren later in de winter van 1940-1941 met de WA en de NSB zouden aangaan. Een strijd die vervolgens weer tot de Februaristaking zou leiden.

In detail legde ze uit hoe de jongeren in de buurt knokploegen opzetten om de zwarthemden de buurt uit te slaan als ze door de straten trokken om te vernielen, te intimideren en te molesteren. De jongeren wisten dat er van de politie niets te verwachten was. De meeste agenten kozen of de kant van de WA of kwamen niet opdagen. Dus kwamen ze tot de conclusie; we zijn Joden en Amsterdammers en dat is al eeuwen zo. Als niemand anders het doet pakken we de fascisten zelf aan. En dat gebeurde. Er werden verschillende knokploegen opgezet en de jongens van de Joodse boksclub Maccabi speelden een leidende rol. Natuurlijk hadden ze ook het voordeel dat ze de buurt als geen ander kenden. Weer besloten ze het niet meer te pikken. Toen de zwarthemden verschenen kregen ze de volle laag. Er kwam zelfs een WA’er in de Amstel terecht, maar enkele meters van de plek waar nu de herdenking werd gehouden. Het stuk verdriet moest door zijn ouders uit het water worden gehaald. Vooral op 10 en 11 februari 1941 vochten de knokploegen voor hun buurt en hun leven. Ze kregen ook hulp van arbeiders uit andere buurten. Uiteindelijk kozen de fascisten het hazenpad. Bij een volgende gelegenheid waren de jongens nog beter voorbereidt en brak er een veldslag uit op het Waterlooplein. Toen hierbij een WA’er zwaar gewond bleef liggen gingen de Duitsers zich ermee bemoeien. De WA’er stierf een paar dagen later in het ziekenhuis.

Dit leidde uiteindelijk tot de grote razzia waarbij meer dan 400 Joodse mannen en jongens werden opgepakt en naar Mauthausen gestuurd. Er zou er maar een overleven. Deze razzia was de aanzet voor de Februaristaking. Mevr. Lakmaker vertelde dit alles op zo’n manier dat de beelden als een film langs kwamen. Voor even was het 1941 en konden we de gevechten om ons heen op en neer horen golven. Het was tastbaar geworden op een manier die bij de herdenking op het Jonas Daniel Meijerplein altijd ontbreekt. Daar is het formeler, waardig, maar minder persoonlijk. Hier aan de Amstel kwamen de beelden en de bekende foto’s tot leven. En niet alleen dat. Ook de geest van de jongens die hun buurt hadden verdedigd kwam tot leven. Het was niet een opstand zo als in het Getto van Warschau, maar een opstand was het zeker. Lang voor de oorlog had de jonge generatie in de Jodenbuurt besloten het niet meer te pikken. En die weg werd voortgezet, ook in de oorlog en tegen de overmacht die de bezetter en zijn trawanten zeker waren.

Tijdens de herdenking werden er Jiddische liederen gezongen. Geen religieuze liederen, maar liederen van opstand en verzet. Van niet opgeven, en zeker geen slachtoffer zijn. Er werd afgesloten met het Partizanenlied. De slotregel van dit lied zegt dat het wordt gezongen met een geweer in de hand. Het was de perfecte afsluiting van een strijdbare en voelbare herdenking. Daar bij de Amstel, op de plek was zo veel is gebeurd, kwam de geest van de Februaristaking tot leven. Na afloop gingen de deelnemers naar de Dokwerker voor de grote herdenking. Maar de boodschap was al lang duidelijk. Onrecht pik je niet, of het nu gaat om armoede of vervolging. Dan sla je terug, met als wat je hebt. Zo lang als je kan. En zoals in het lied staat geschreven, als het moet met het geweer in de hand. De geest van de Februaristaking, en wat vooraf ging, is niet verdwenen. Hij moet alleen af en toe even wakker geschud worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen