donderdag 17 januari 2013

Het ware verhaal van de Enschedese stroomstoring

Het was Kerstavond 2012 in het gebouw van de voedselbank in Enschede. In het kleine muffe kantoor zaten de voorzitter Henk Grijphetleven en zijn trouwe secretaris Jantje Ganzeveer bij elkaar. Het was koud in het gebouw wat de verwarming kon niet branden omdat er geld gespaard moest worden. De stemming was terneergeslagen. Henk keek met droevige ogen naar het papier dat voor hem lag. Het was de voorraadlijst die Jantje net had klaar gemaakt. “Dit is een ramp,” zei Henk. “voor na de Kerstdagen hebben we niets meer te bieden. Wat moet ik onze cliënten nu voorzetten?”  Jantje haalde zijn schouders op. “ik weet het ook niet meer. Ik heb vanmiddag alle supermarkten in de wijde omtrek afgebeld. Ze geven ons niets meer. Ze beweren dat ze zelf maar nauwelijks rondkomen.” Henk gromde vol irritatie. “Ja, dat zal welk weer. Klagen kunnen ze wel de heren grootgrutters. Ze hebben toch nooit genoeg. Prijzen omhoog drukken. Dut lukt ze prima. Maar iets over hebben voor onze voedselbank, dat zit er dan weer niet in. Ze moesten al die uitbuiters tegen de muur zetten.”

Jantje knikte terwijl hij het gebouw rond keek. “Grote woorden, maar daar krijgen we de schappen niet vol mee. In het hele gebouw hebben we nog 1 pot pindakaas en een pakje macaroni. Maar aan die laatste hebben de muizen gezeten, dus die is niet bruikbaar meer. Voor de rest kunnen we na de feestdagen lucht verkopen. Wat ze allemaal niet willen weten is dat mensen toch gewoon moeten eten. Crisis of geen crisis.” Henk stemde in. “Weet je wat de slogan van het Jordaan oproer was in de jaren 30?” Jantje haalde zijn schouders op. “Ze komme aan je vreten”, onthulde Henk. Jantje grinnikte. “Tja, daar draait het natuurlijk altijd wel om. Maar daar lossen we ons probleem niet mee op. Of misschien toch wel!” Hij begon gehaast op en neer te lopen. Henk keek toe en wachtte rustig af wat er ging komen. Jantje had wel vaker onorthodoxe  oplossing uit de hoge hoed getoverd.

Plotseling bleef de secretaris staan. “Wanneer krijgen we de meeste voorraden binnen?” vroeg hij. Henk dacht na. “Als de supermarkten met spullen zitten waar ze geen weg mee weten. Technische storingen enzovoort. Dan komt het bederfelijke spul naar ons.” “Precies,” zei Jantje. “Dus moeten we er voor zorgen dat er een technische storing optreedt.” Henk keek verschrikt. “Ben je nou van de pot gerukt, we kunnen toch zelf geen technische storing veroorzaken.” Jantje keek ernstig. “Wil jij straks aan al onze mensen vertellen dat er in het nieuwe jaar niets te eten is? Zie je jezelf al staan? Nee, de maat is vol. We moeten nu iets doen. En mijn grootvader zei altijd al, niet goedschiks dan maar kwaadschiks.” Henk begreep er niets van. “Maar hpe wil je dat dan doen? Ik begin langzaam aan bang van je te worden.”

Jantje grinnikte en ging weer zitten. “Het is immers vuurwerktijd, en ik weet van mijn familie dat in Duitsland het illegale vuurwerk praktisch langs de weg te vinden is. Stel dat ik zo’n pakketje te pakken krijg. Ik maak er een flinke lading van en mik hem in een transformatorhuis. Wedden dat dan binnen seconden in de hele stad de stroom uit is. En dan moet jij eens opletten. Dan staan de grutters hier in lange rijen klaar om van hun spulletjes af te komen. Dat betekend voor ons volle schappen en onze cliënten kunnen weer eten. Kortom, eind goed alles goed.” Henk zat als een geest aan zijn bureau. “Maar dat kun je toch niet maken, joh, dat geeft toch enorme schade. Dat kan het nooit waard zijn.” Jantje keek hem geduldig aan. “Denk nu even na. Het is nog niet echt koud, dus kan iedereen wel een poosje zonder stroom. En de enige die echte schade zal oplopen is de energie maatschappij. Dat zijn een stelletje van die privé uitbuiters die indertijd van de privatisering hebben geprofiteerd. Hoe meer geld die smeerlappen verliezen des te beter. Daar weegt de honger van onze mensen niet tegen op. Of zie je het anders.”

Henk leunde achterover. “Nee, je hebt inderdaad gelijk. Daar weegt het niet tegenop. Het is immers niet onze schuld. Als die idioten in Den Haag zorgde dat iedereen voldoende te eten had hoefden we hier niet eens te zitten. Misschien wordt het tijd dat ze eens een lesje krijgen. Als jij voor vuurwerk kan zorgen ben ik je man.” Zo gingen de mannen tevreden naar huis die avond. De volgende dag reed Jantje in zijn oude Eend naar Duitsland en kwam met een pakket geweldig vuurwerk thuis. Het ene stuk  was nog mooier en krachtiger dan de andere. En allemaal beloofde ze een reuze knal. Op Tweede Kerstdag maakte onze twee helden van de Kerstrust gebruik om het goedje het grootste transformatorhuis van de stad binnen te mikken. Ze maakten dat ze wegkwamen, en wachtte op veilig afstand op de explosie. Maar er gebeurde niets. Het bleef zo stil dat je de kaarsen in de Kerstboom kon horen branden.    

Henk en Jantje wisten niet wat ze er van moesten denken. “Dat vuurwerk van jouw deugde niet,” bromde Henk. “Al die spanning is voor niets geweest. En voorraden hebben we nog steeds niet.” “Misschien waren de lonten nat,” oppoerde Jantje. “Jammer, het was een mooi plan.” De mannen besloten weer aan het werk te gaan en de zaak maar te vergeten. Nieuwe voorraden moesten maar op andere manieren bij elkaar worden geschraapt.

Op zaterdag 5 januari waren er twee explosies in een transformatorhuis in Enschede waardoor 20.000 woningen zonder stroom raakten. De explosies werden gevolgde door een brand. Over de oorzaak is nog steeds niets bekend.

Nog diezelfde avond kon de voedselbank het aantal nieuw aangeboden voorraden nauwelijks verwerken. In lange rijen stonden de wagens van de verschillende supermarkten en groothandels voor de deur. Henk en Jantje stonden bij de ingang en noteerden alles wat binnen kwam. Niemand zei een woord, maar voor getuigen waren er wel sporen van binnenpretjes te vinden. En voor de cliënten van de voedselbank was er voorlopig geen vuiltje meer aan de lucht.

Natuurlijk is dit verhaal niet waar, hoewel de nood bij alle voedsel en kledingbanken wel steeds groter wordt. Soms gebeuren er wondertjes, of zitten er hier en daar toch wat vingertjes achter draadjes? Niemand zal het ooit weten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen