dinsdag 17 juli 2012

Een vijandige pen

(boekrecensie van het Duitstalige boek “ Ernst Thalmann, politiek soldaat” geschreven door Armin Fuhrer)

Je zult niet vaak tegen komen dat een schrijver het onderwerp waar over hij schrijft haat tot op het bot. Meestal heeft een schrijver wel iets met zijn onderwerp, of probeert hij tenminste objectief te zijn. Bij de schrijver Armin Fuhrer is dit absoluut niet het geval, in zijn boek over de Duitse Communistenleider Ernst Thalmann. Vanaf de eerste pagina laat hij zijn haat doorschemeren voor de man die de Duitse Communistische partij, KPD, groot maakte en in 1944 door de Nazi’s werd vermoord in het concentratiekamp Buchenwald.
Zelfs in de beschrijving van Thalmann’s jeugd kan hij het niet laten om een aantal denigrerende opmerkingen te maken. De lezer gaat zich al snel afvragen wat Fuhrer bezielt, om zijn onderwerp op deze manier te benaderen. Zelf zegt hij dat zijn hoofddoel is om de mythe te ontzenuwen die de autoriteiten in de DDR rond Thalmann hadden opgeworpen. Hij beweert dat hij een tegenwicht wil bieden aan de officiële biografieën die Thalmann neerzetten als een onverschrokken arbeiders en partijleider. Dat kan natuurlijk, maar wat de schrijver in werkelijkheid doet gaat veel verder.

Hij beweert dat de DDR historici heel selectief geweest zijn in hun bronnen. Vervolgens doet hij zelf precies dat waar hij anderen van beschuldigd. Hij laat alleen mensen aan het woord die een conflict met Ernst Thalmann hadden, of die in de KPD in ongenade waren gevallen. De uitkomst hiervan is dan ook niet moeilijk te voorspellen. Het is een lange rij van beschuldigingen en verdachtmakingen, die op een zeker moment gewoon lachwekkend worden. De lezer gaat zich dat ook afvragen wat de schrijver nu eigenlijk wil bereiken met dit soort eenzijdigheid, die zeker niet geloofwaardig is. Naast selectieve bronnen maakt Fuhrer ook gebruik van onbewezen beschuldigingen, geruchten en halve waarheden.
Echt lachwekkend word het pas als de schrijver niet meer om de feiten, die positief zijn voor Thalmann, heen kan. Zo beweert hij bijvoorbeeld dat de in de vroege jaren 30 opgezette Strijdbond tegen het Fascisme een mislukking was. Terwijl hij even later moet toegeven dat de Bond 100.000 leden had met afdelingen in heel Duitsland. De leden waren zo actief dat zij een groot probleem voor de Nazi’s vormden. Zo zijn er veel meer voorbeelden. Thalmann zou de KPD helemaal niet naar het succes hebben geleid, maar juist beperkt hebben in haar ontwikkeling. Even later moet hij wel toegeven dat de partij er constant nieuwe kiezers bij won. Begin jaren 30 stemden meer dan 5 miljoen mensen op de KPD. Onder de moeilijkste omstandigheden kort na de Nazi machtsovername stemden nog steeds meer dan 4 miljoen op de KPD, ondanks intimidatie en terreur.

Fuhrer relativeert deze enorme successen door te zeggen dat de meeste kiezers werklozen waren. Dit was natuurlijk logisch omdat de KPD een arbeiderspartij was, en in die jaren veel arbeiders werkloos waren. Maar dit maakte deze mensen niet minder waard als kiezer, zoals de schrijver beweert. Integendeel, de werkloze arbeiders bleven zich verzetten, maar dat interesseert Fuhrer natuurlijk niet. Al deze dingen moeten ergens een verklaring hebben. Die vinden we in het feit dat de schrijver beweert dat Thalmann en de KPD deels verantwoordelijk waren voor het aan de macht komen van Hitler.
De KPD zou een gezamenlijk strijdfront met de sociaal democraten onmogelijk hebben gemaakt. Dit is de wereld op zijn kop, omdat het juist de sociaal democratische SPD was die steeds de samenwerking tegen de Nazi’s weigerde. Toen Hitler in 1933 de macht greep verzocht de KPD om een gezamenlijke algemene staking met de SPD en de vakbonden. De SPD weigerde opnieuw en gaf aan alleen democratische middelen te willen inzetten, geen opstand. Als of een staking geen democratisch middel is. Hoever ze met die democratische middelen zijn gekomen weten we intussen. Volgens Fuhrer was er een andere reden. De KPD zou misbruik hebben gemaakt van een eerdere staking in de jaren 20.

Hij blijft hameren op het feit dat de KPD de SPD constant bekritiseerde en aanviel. Dat andersom precies hetzelfde gebeurde, en nog erger, laat hij weg. Zo missen we in het boek ook een incident dat veel van de kritiek van de KPD op de SPD leiding verklaard. Op 1 mei 1929 verbood de SPD politie president voor Berlijn, Zorgiebel, de traditionele 1 mei demonstratie. De Communistische en andere arbeiders gingen toch de straat op en de SPD politie president liet tientallen arbeiders door de politie doodschieten. Dit werd bekend als de Bloed Mei. Maar blijkbaar heeft Fuhrer hier nog nooit van gehoord. Natuurlijk waren de sociaal democraten hier na niet populair bij de KPD. Maar Thalmann is er altijd naar blijven streven om met sociaal democratische arbeiders en partijlozen samen op te trekken. Het waren de SPD en vakbondsbonzen die dit verhinderde.
Tijdens het lezen word op een zeker moment het doel van het boek duidelijk. Niet alleen wil Fuhrer Thalmann zoveel mogelijk in diskrediet brengen, hij probeert aan alle kanten de SPD schoon te praten. Hij geeft toe dat de sociaal democraten soms fouten maakten, maar dat was niet met opzet. Ze werden hier toe gedwongen door de Communisten of het was gewoon een verkeerde inschatting. Hij moet wel toegeven dat ze af en toe overdreven in de manier van optreden tegen de strijdende arbeiders. Maar dit zouden ze alleen gedaan hebben om de democratie in stand te houden. Dat deze methoden werden gebruikt om geaccepteerd te worden door de heersende klasse wil hij natuurlijk niet zien.

Maar de feiten spreken een andere taal. Juist de SPD leiding hield de arbeiders af van actie tegen de Nazi’s en de reactionaire delen van de staat. Dus als er al een partij is die Hitler een zetje heeft gegeven is het wel de SPD. De sociaal democraten speelde de rechtse krachten, die Hitler steunden, steeds opnieuw in de kaart. Toen men in de SPD in de gaten kreeg dat die fout liep was het te laat. Ze hebben hiervoor dan ook een hoge prijs betaald. Maar voor de KPD was het aantal te betreuren slachtoffers nog steeds veel hoger. Fuhrer kan er niet omheen om de heldhaftige strijd van het Communistische verzet te noemen. Maar hij haalt dit meteen weer onderuit door hun doelen en motieven in twijfel te trekken.
Het boek kan gerust weggezet worden als een anticommunistisch systeem geschrift dat de Koude Oorlog opnieuw wil voeren, en de sociaal democraten als helden van de democratie neer zet. Als men interesse heeft in het leven en werken van Ernst Thalmann is dit boek nog geen stuiver waard. Dan is het beter om de biografieën te bestuderen die in de DDR zijn verschenen. Voor de lezer die de materie goed kent zijn er in het boek van Fuhrer wat kleine dingen te vinden die eerder niet bekend waren. Maar om die feitjes te vinden moet men door pagina’s vol onzin heen worstelen. En dat is gewoon niet de moeite waard.

Blijft de vraag waarom het systeem het nog steeds nodig vindt om dit soort anticommunisme te publiceren. Die vraag is eenvoudig te beantwoorden. De angst voor de Communistische ideologie is nog steeds enorm groot. Ze weten dat de ideologie van Marx en Lenin nog lang niet verslagen is. Integendeel, er breken weer nieuwe militante tijden aan. Boeken zoals dat van Fuhrer zullen dit niet tegenhouden. Het zijn alleen goede graadmeters die aangeven hoeveel zorgen de elite zich maakt. En dat is een geruststellende gedachte.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen