maandag 28 mei 2012

Opstand of passiviteit?

Er bestaat geen twijfel aan dat we in interessante politieke tijden leven. De kapitalisten zijn in crisis, banken zweven op de rand van de zelfgecreëerde afgrond, en de vele bezuinigingen slaan grote gaten in de maatschappij. Veel mensen hebben het nog niet door, maar de klassenstrijd staat weer bovenaan op de agenda. Niet alleen in Nederland, maar in Europa en zelfs wereldwijd. Niet dat de klassenstrijd ooit is weggeweest. Dat zou nooit kunnen, want we leven in een maatschappij die gebaseerd is op klassen. In de landen om ons heen is deze strijd altijd heel zichtbaar gebleven. België, Duitsland, Frankrijk en vooral Groot Brittannië laten er geen twijfel over bestaan hoe de klassen in elkaar zitten.

In Nederland was dat een beetje anders. Het Nederlandse kapitalisme is er aardig in geslaagd om de bevolking ervan te overtuigen dat er geen klassen meer bestaan. “We moeten er samen uitkomen, want we hebben dezelfde belangen” was het motto dat onder meer heeft geleid tot het poldermodel. De arbeiders kregen meer rechten, er kwam een welvaartsstaat en er werden spelletjes gespeeld met woorden. Arbeiders werden werknemers, of liever nog medewerkers. Er kwamen ondernemingsraden in de bedrijven en medezeggenschap was heel lang een modewoord. Armoede bestond niet meer, en wie daar wel mee te maken kreeg was werkschuw of spoorde niet helemaal.
Problemen losten we samen op, als beschaafde mensen, in goed overleg. Als je terug kijkt zou je kunnen denken dat we sinds de Tweede Wereld Oorlog in een paradijs hebben geleefd. Natuurlijk is dat allemaal maar schijn, nodig om de Nederlandse arbeidersklasse in slaap te wiegen en de strijd organisaties af te breken. De oude repressie, en de onderdrukking en uitbuiting waren er nog steeds. Maar het was goed verscholen achter een web van mooie woorden en schijnwerkelijkheden. Het echte karakter van de klassenmaatschappij is nooit weggeweest.

Zeker, wat boven wordt beschreven was voor veel mensen de werkelijkheid, maar dan tot op zekere hoogte. Er kwamen meer rechten, maar de werkdruk nam gelijktijdig enorm toe. Zo erg zelfs dat veel mensen er ziek van werden. En wie niet mee kon, mocht vertrekken, want het leger werklozen is altijd in stand gehouden. Voor alle zekerheid. Armoede werd een taboe onderwerp en ging over in stille armoede. Een variant die veel erger is omdat hulp vanuit de omgeving ontbreekt. Iets wat vroeger gebruikelijk was.
Het kapitaal stond een aantal dingen toe, onder meer uit angst voor de Sovjet Unie. Verder waren de winsten toch hoog, dus mochten de werkers wel een beetje meeprofiteren. Uiteindelijk zijn dat kruimels van de rijke man’s tafel gebleken. Toen de Sovjet Unie wegviel ging de bijl meteen in de verworvenheden, ook in die waar heftig strijd voor was gevoerd. Er was immers toch geen tegenmacht meer. Langzaam aan lieten de kapitalisten weer hun ware gezicht zien.

Intussen is er de crisis en word deze kans benut om alles af te breken wat over tientallen jaren was opgebouwd. Je kunt weer sneller en makkelijker ontslagen worden. De werkverschaffing van voor de oorlog is weer terug, weliswaar in een wat andere vorm, Maar toen was het al slavenarbeid en dat is het nu weer. Van het sociale vangnet is nog maar weinig over, en de staat en haar repressieapparaat zijn beter bewapend dan ooit. De klassenstrijd is weer zichtbaar en neemt steeds duidelijker vormen aan. Veel mensen zijn geschokt en diep teleurgesteld over hoe het allemaal is gelopen. De bomen zouden toch tot in de hemel groeien, of niet? Niet dus.
Dat we allemaal dezelfde belangen hebben was en is een leugen. Hoe kunnen wij dezelfde belangen hebben als de elite? Deze op zich kleine groep heeft de productiemiddelen en het kapitaal in handen. Wij, de overgrote meerderheid van de bevolking, zijn nog steeds gedwongen om onze arbeidskracht te verkopen. En dan ook nog tegen een te lage prijs. Net als de arbeiders in de eeuwen die achter ons liggen. De huidige situatie geeft aan wat alle mooie woorden van de elite en hun woordvoerders in het parlement en de media waard zijn. Helemaal niets, want als ze de kans krijgen worden de duimschroeven weer aangedraaid.

Zo lang we zelf niet de macht in handen hebben, kan iedere verbetering morgen weer verleden tijd zijn. Dat is het proces wat we nu zien. Net als in het verleden wordt de rekening van de crisis bij ons neergelegd. “Maar we hebben toch stemrecht,” zal menigeen zeggen. “Er is een rechtsstaat en een parlement. We kunnen toch beslissen wie over ons regeren?” Klinkt mooi, maar ook dat is niet waar. We mogen stemmen, dat zeker, eenmaal in de 4 jaar. Maar de verkiezingsprogramma’s waar we onze stem aangeven, verdwijnen de volgende dag in de prullenmand. Zo werden veel verslechteringen zogenaamd democratisch doorgevoerd. Maar wat voor democratie? In werkelijkheid kun je er via deze weg praktisch niets tegen ondernemen. Nog niet, tenminste.
We moeten begrijpen dat het parlement voor grote delen een schijnvertoning is. Het systeem zet de agenda, niet in het parlement, maar in de directiekamers van de grote bedrijven. Het beleid wordt vervolgens uitgevoerd door de hoge ambtenaren die aan niemand verantwoording schuldig zijn en nooit worden gekozen. Het parlement is er eigenlijk alleen maar voor de presentatie naar buiten toe. Meer niet. Het is een rookgordijn waarachter de ware machthebbers schuilgaan. De politieke partijen spelen voor grote delen dit spel mee. Tegen mooie beloningen natuurlijk. Een riant salaris, aanzien en status.

Als we naar alle partijen in het Nederlandse parlement kijken zien we dat geen enkele de huidige productieverhoudingen in vragen stelt of wil aanvechten. Mee doen word als veel belangrijker gezien. Dit alles wetende zouden we kunnen concluderen dat we eigenlijk niets kunnen doen. Maar ook dat klopt niet. Echte politieke veranderingen komen van buiten het parlement. Als we het niet meer pikken en massaal op straat komen, zal duidelijk worden dat het hele systeem een kaartenhuis is dat instort als wij dat allemaal willen. Maar daar voor moeten wij begrijpen dat wij, als werkende klasse, ons moeten organiseren.
Als we een andere maatschappij willen is hier strijd voor nodig. En strijd kan alleen slagen als er organisatie is. Het parlement kan alleen een tribune zijn om deze strijd een stem te geven. Intussen moeten we het zo moeilijk mogelijk maken voor het systeem. We moeten proberen om de bestaande partijen naar links te duwen. We moeten de vakbonden heroveren op de bonzen die van onze strijdorganisaties zaakwaarnemers hebben gemaakt. En, we moeten het systeem ontmaskeren waar we maar kunnen. Zo wakkeren we het verzet aan en voeren we de druk op.

Het mag lijken dat we tegen een grote overmacht vechten, maar dat is niet de werkelijkheid. Het kapitalisme probeert al sinds 2008 uit de crisis te komen, maar slaagt hier niet in. Dit biedt ongekende kansen om de stormloop naar een andere maatschappij met succes in te zetten. Passief toekijken, zal niets opleveren. De strijd die we samen moeten en kunnen voeren is zo groot en zo veelzijdig dat we allemaal een rol kunnen spelen. Allemaal kunnen we bijdragen aan het opbouwen van een machtige revolutionaire organisatie, die niet te stoppen zal zijn.
Dit alles is mogelijk als wij het allemaal willen. De toekomst behoord aan hen die het lot in eigenhand nemen. Waar wachten we nog op? Organiseer en sla terug!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen