donderdag 7 mei 2015

DE WAANZIN VAN OORLOG – DE DAM 7 MEI 1945



De meeste mensen zullen het er over eens zijn dat oorlog waanzin is. Eigenlijk zou geen enkel zinnig mens een oorlog willen ontketenen of er aan deelnemen. Toch blijft oorlog soms onontkoombaar, maar dan alleen als een bevrijdingsstrijd. Hoe we er ook naar kijken, het blijft waanzin dat de ene groep mensen de andere afslacht, uit wat voor reden dan ook. Maar zelfs binnen een oorlog kan men incidenten vinden die het woord waanzin als een niet uit te wissen stempel op zich dragen. Over zo’n incident willen we het vandaag hebben.

Vandaag precies 70 jaar geleden, op 7 mei 1945, vierde Amsterdam de bevrijding, na vijf lange jaren van Duitse bezetting. Maar een echte bevrijding was het nog niet, want de geallieerde legers hadden de stad nog niet bereikt. Toch werd er feest gevierd en gingen de vlaggen uit. Gelijktijdig zat de stad nog vol met Duitse militairen, die ook nog steeds zwaar bewapend waren. Daar kwam nog bij dat er gewapende leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) op straat verschenen. Dit alles kon in feite alleen maar in een tragedie eindigen. Alleen had niemand dit blijkbaar in de gaten. De prijs voor deze onbezorgdheid zou groot zijn. Zo kort voor het einde werd Amsterdam toch nog door een nieuwe ramp getroffen.

Het hele scenario begon met de radioaankondiging in de avond van 4 mei 1945 dat de Duitse troepen in Nederland hadden gecapituleerd. Er werd bij gezegd dat Nederland dus vrij was. Maar dit laatste was veel te voorbarig. Er was een capitulatie, maar er werd ook nog onderhandeld over hoe de overgave er uit moest zien. Niets was dus nog zeker. Daar kwam nog bij dat de geallieerden nog op een behoorlijke afstand van Amsterdam waren en pas over een paar dagen werden verwacht. Helaas werd dit niet in het radiobericht vermeld en iedereen ging er dan ook vanuit dat het gewoon afgelopen was en de bevrijding gevierd kon worden. Diezelfde avond al waren er veel mensen op straat en er waren ook al vlaggen te zien. Maar Duitsers waren er ook nog steeds in diezelfde straten, hoewel zij zich op de achtergrond hielden.

Een zelfde beeld was er ook te zien op de volgende dag ,5 mei, toen er al overal buurtfeesten waren. Daar kwam nog bij dat de BS nu massal op straat kwam, gewoon openlijk. Met helmen en stenguns bewapend begonnen zij al NSB’ers en andere verraders op te pakken. Ook waren er plannen om drie grote gebouwen in het centrum van de stad, waaronder het postkantoor, in te nemen om vernietiging door de vijand te voorkomen. Echter, al deze activiteiten waren tegen de capitulatieafspraken in op gang gekomen. Er was in feite afgesproken dat de BS pas bewapend op straat mocht komen als de bevrijders aanwezig waren. Niet eerder. Ook mocht de BS geen Duitse militairen ontwapenen of arresteren. Ook dat was het werk van de bevrijders. Het negeren van deze afspraken heeft waarschijnlijk de basis gelegd voor de tragedie die zich op 7 mei afspeelde.

Om de achtergrond van dit alles beter te begrijpen moeten we toevoegen dat de BS pas sinds september 1944 bestond. Het was de bedoeling dat het volledige verzet in Nederland in de BS opging. Dit gebeurde echter maar deels. Sommige groepen weigerde deel te nemen en de meer linkse Raad van Verzet sloot zich met veel twijfels aan. Daar kwam nog bij dat in de structuur van de BS de Orde Dienst (OD) een centrale rol kreeg. Dit ergerde veel verzetsgroepen omdat de OD in het verzet nauwelijks een rol van betekenis had gespeeld en zichzelf in feite in reserve had gehouden voor het moment van de bevrijding. De taak van de OD zou dan zijn om de orde te handhaven tot de oude machthebbers weer in het zadel zaten. Deze passieve houding was de andere groepen een doorn in het oog en men was dus niet blij met de sleutelpositie die veel OD leden kregen binnen de BS.

Tijdens de onderhandelingen over de Duitse capitulatie in Wageningen bleek ook nog eens dat de BS geen echte rol zou krijgen in de bevrijding van het land. De BS zou politie en bewakingsdiensten mogen doen en verraders oppakken. Maar van vechten tegen de Duitsers mocht geen sprake zijn. Dat was tegen het zere been van de BS leiding die haar voorbeeld zag in de Franse verzetsbeweging die bijvoorbeeld Parijs zelf mocht bevrijden. Zoiets had de BS ook in Nederland voor ogen. Maar daar zou nu dus niets van komen. Deze hele zaak leidde tot frustraties en spanningen. Men had immers de wapens al klaar liggen en de kwartieren waren ingericht. Dat dit allemaal voor niets zou zijn geweest was moeilijk te verteren.

We gaan nu terug naar Amsterdam, want deze hele ontwikkeling was cruciaal voor wat er ging komen. Nadat het bericht van de capitulatie de ronde had gedaan werd er een begin gemaakt met het mobiliseren van de BS. De leden kwamen samen in het gebouw van een papierhandel in de binnenstad, vlak achter de Dam, en wachtte op orders. Het probleem was echter dat de geallieerde troepen er nog steeds niet waren en dat officieel de BS dus niets te vertellen had. Maar de BS leiding, niet gelukkig met de ondergeschikte rol die men had gekregen, besloot toch om tot actie over te gaan. Gewapende BS groepen gingen op patrouille en er werd een begin gemaakt met het oppakken van foute figuren en zogenaamde “moffenmeiden’. Als excuus voor het toch op straat komen gebruikte men dat de kans bestond dat de Duitsers nog vernielingen zouden aanrichten voor dat ze definitief verdwenen.

Toch bleek al gauw dat de hele operatie levensgevaarlijk was. Heel Amsterdam zat nog vol Duitsers die ook nog in het bezit waren van hun wapens. Op zich hielden die zich vrij rustig, hoewel ze soms wel zichtbaar waren. Het hele weekend ging dit allemaal nog zonder incidenten. Tot 7 mei, de dag van de tragedie. Op die dag schreef ondermeer Het Parool dat de bevrijders binnen een paar uur zouden binnentrekken. De Amsterdammers wilde dit niet missen en trokken massaal naar de Dam. Daar kwam ook een draaiorgel en binnen de kortste keren waren duizenden mensen onderdeel van een waar volksfeest. Echter op de achtergrond waren hele andere dingen gaande. Gewapende BS leden probeerden de eerder genoemde gebouwen in te nemen en toen dat niet meteen lukte werd er een begin gemaakt met het ontwapenen en oppakken van Duitse militairen die toevallig passeerden. Hierbij ontstond een incident waarbij een schot viel gevolgd door een tweede schot.

De feestvierende menigte merkte dit nauwelijks, maar Duitse militairen van de Kriegsmarine, die in “De Groote Club” vlak bij de Kalverstraat zaten, kregen het wel in de gaten en begonnen vanuit de ramen en vanaf de balkons naar beneden te schieten. Ze schoten met geweren en machinegeweren direct in de feestende menigte. Op de Dam brak nu paniek uit en iedereen zocht een goed heenkomen. Men zocht zelfs dekking achter het draaiorgel en de lantaarnpalen. BS leden schoten terug en zo ontstond er een heftige schietpartij die niet te stoppen leek. Het hoofd van de BS, Overhoff, die zelf op de Dam was, kreeg in de gaten dat er snel gehandeld moest worden. Hij haalde de commandant van de Feldgendarmerie, Bergmann, naar de plaats van de schietpartij en samen slaagden ze er in een einde aan het vuren te maken. Maar de ramp was al een feit.

Voor zo ver bekend werden er 22 mensen op de Dam doodgeschoten en raakten er tussen de 66 en 120 gewond. Velen waren er ernstig aan toe. Sommige berichten vermelden dat er ook 50 Duitsers omkwamen, maar dat is nooit bevestigd. De Dam bleef in chaos achter. Er waren dus zeker 22 doden Amsterdammers te betreuren die de hele oorlog waren doorgekomen en nu in de laatste uren het leven verloren door in feite onverantwoordelijk optreden. Het spreekt voor zich dat de rekening voor deze tragedie bij de Duitsers moet worden neergelegd. Zij schoten zonder waarschuwing in een ongewapende menigte. Maar we kunnen er niet om heen dat het optreden van de BS de schietpartij min of meer heeft uitgelokt door tegen de orders in Duitsers op te pakken.

Van het incident is nooit een rapport gemaakt en het is dan ook niet eens zeker dat de cijfers betreffende de slachtoffers helemaal correct zijn. Waarom er geen rapport is blijft ook een raadsel. Er wordt hier en daar wel gezegd dat men gewoon heeft geweigerd om iets te schrijven omdat het de BS in een kwaad daglicht zou stellen. Dat mocht niet want de BS moest worden ingezet om de terugkeer van de oude machthebbers zo soepel mogelijk te laten verlopen. Men was immers nog steeds bang voor een communistische greep naar de macht. Ook was dit incident niet het enige want op andere plaatsen in Amsterdam waren er ook schietpartijen met slachtoffers tussen de BS en Duitsers, ondermeer bij het Vondel Park aan de kant van de Amstelveenseweg. Landelijk waren er hier en daar gelijksoortige confrontaties waarbij ook doden vielen, hoewel lang niet zo veel als op de Dam. Al snel verdwenen deze zaken in het feestgedruis van de bevrijding en later in de activiteiten van de wederopbouw. Niemand dacht er meer aan, op de direct betrokkenen na.

Op 8 mei 1945 kwamen dan eindelijk de Canadezen naar Amsterdam en was de onzekerheid voorbij. De BS ging verder met haar taken en de Duitsers, die nog steeds in “De Groote Club” zaten, mochten zonder problemen het gebouw verlaten en richting krijgsgevangenschap marcheren. Het werd zelfs gefilmd. Hier liepen de moordenaars van 22 Amsterdamse burgers, maar niemand van hen heeft zich ooit voor de schietpartij hoeven verantwoorden. Zoals we eerder zeiden; de waanzin van oorlog.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen