donderdag 19 december 2013

Terug naar de Velser Affaire, Deel 2



Zoals we in Deel 1 zagen begon de spanning binnen de Binnenlandse Strijdkrachten in de winter 1944-45 steeds verder toe te nemen. De BS kende een elitaire commandostructuur met als bevelhebber Prins Bernhard. In het bezette gebied deelde Henri Koot de lakens uit. In deze periode ontstond er een enorme hetze tegen het communisme, die werd gevoed door de angst van de oude heersende kliek voor een communistische machtsovername. Overal doken geruchten op dat er geheime communistische wapenopslagplaatsen waren, en RVV groepen werden beschuldigd van het plannen van een machtsovername na een Duitse capitulatie. Het is bekend dat de regering in Londen en de oranje kliek er net zo over dachten. Er werd zelfs gedreigd met acties tegen de RVV door de leidingen van de OD en de LO/LKP. Volgens de onderzoeker is het niet duidelijk of de dreigementen ook waar zijn gemaakt. Hij wil niet zien dat de kans groot is dat de gebeurtenissen in Velsen, IJmuiden en Haarlem hier wel op wijzen. En niet alleen daar. In Groningen werden 2 vooral linkse verzetsgroepen verraden door de agent Karel Mans die door Londen was gestuurd. Hij werd in november 1944 gepakt en bood aan met de SD samen te werken. Met de SD’er Knorr sloot hij een antilinkse samenwerkingsovereenkomst af. Later wist hij te ontsnappen en bood zijn verontschuldiging aan voor zijn verraad. Dezelfde man werd na de bevrijding medewerker van de Politieke Recherche Afdeling (PRA). Knorr werd kort na de bevrijding in zijn cel doodgeschoten. Volgens de SD’er Faber om zijn deal met Mans niet te laten uitlekken. Ook in Amersfoort gebeurde raadselachtige dingen waar vooral RVV leden het slachtoffer van werden.

Toch ziet von Benda hier geen patroon in. Hij moet wel toegeven dat er veel anti communisme was en dat deze hysterische hetze in feite op niets was gebaseerd. Over de jacht op de zogenaamde “wilde” verzetsgroepen heeft hij te weinig informatie. Zelfs als buitenstaander kun je opmaken dat al deze zaken met elkaar te maken hebben. Dat dit allemaal toeval was kan nooit de conclusie zijn. In de meeste gevallen zien we,  net als binnen het kader van de Velser Affaire, hetzelfde beeld. Politiemannen en notabelen die in de eerste jaren van de bezetting de orders van de Duitsers gewoon uitvoerden. In 1943 of later kozen zij eieren voor hun geld en gaven zij steun aan het verzet of gingen er deel van uit maken. Meestal gebeurde dit via de OD of de LO/LKP. Bijna al deze figuren waren al voor de oorlog anticommunistisch en dat veranderde in de bezetting niet. In Velsen en IJmuiden speelde dit nog sterker dan elders. Toen het einde van de bezetting in zicht kwam vreesden zij dat de oude kliek van voor 1940 aan de kant zou worden gehouden en dat de CPN en anderen linkse groepen hun succes en verdiensten in het verzet zouden verzilveren. Dat was de voedingsbodem voor zaken zoals de Velser Affaire. Hoe ver men hierin is gegaan is nog steeds niet duidelijk, maar alle aanwijzingen geven aan dat men heel ver ging.

De bovengenoemde figuren hadden meestal al langer contacten met de SD en andere Duitse instanties. Instanties die zelf ook anticommunistisch waren. Dit alles verklaart heel veel. Maar blijkbaar niet voor de onderzoeker, want hij wringt zich in allerlei bochten om andere verklaringen te vinden. Vaak schrijft hij hierbij in tegen zijn eigen bevindingen. Zo heeft hij ontdekt dat in de laatste dagen van de bezetting verschillende SD’ers, waaronder Lages, hebben geprobeerd om hun dossiers over de CPN aan “vooraanstaande Nederlanders” te verkopen, waaronder Henri Koot. De prijs was 100.000 gulden. De Nederlanders waren bereid om te betalen. Alleen is niet duidelijk geworden of de transactie ook is doorgegaan. Wel was Bureau Inlichtingen, de voorloper van de BVD, betrokken en men zal de dossiers niet hebben willen kopen omdat er gebrek aan lectuur was. Ook dit is weer een aanwijzing voor een hetze tegen de CPN en het communistisch verzet die tot in de hoogste kringen ging. De onderzoeker houdt het er maar weer op dat hij geen gegevens heeft gevonden voor een gecoƶrdineerde campagne tegen de CPN. Volgens hem is er ook geen bewijs dat Nico Sikkel van Gerbrandy de opdracht had om de communisten in te perken of uit te schakelen. Hij gaat er van uit dat alles op papier moet staan om waarheid te zijn. Maar in een oorlog en zeker de chaos van de laatste maanden werd niet alles op geschreven, wat logisch is. Maar dat betekend niet dat het niet is gebeurd. Veel feiten geven aan dat er wel degelijk iets aan de hand was. Die feiten schrijft hij nota bene zelf op.

Ook over de dood van Hannie Schaft staat veel in het boek. De schrijver zegt dat Hannie voor haar arrestatie niet is verraden. Ze werd gewoon opgepakt tijdens een controle met een pak Waarheid kranten en een pistool in haar handtas. Dat klopt. Maar de Duitsers wisten niet wie ze in handen hadden en volgens von Benda is het mogelijk dat ze dit via van der Voort en Kuntkes aan de weet zijn gekomen. Sikkel en de SD’er Luurssen, die in Den Haag werkten maar ook min of meer in het verzet zat, zouden nog een poging hebben gedaan om haar voor executie te bewaren. Maar hij moet toegeven dat deze poging waarschijnlijk meer schijn was en dat ze er niet echt rauwig om waren dat Hannie werd vermoord. Na de oorlog werden de betrokken Duitsers verhoord, maar hier kwam weinig zinnigs uit, volgens de dossiers. Maar dat is niet verwonderlijk want Kuntkes, die toen voor de POD werkte, deed zelf de verhoren. Uitspraken die hem of zijn trawanten in de problemen konden brengen zal hij echt niet hebben opgeschreven. De stelling van von Benda dat Hannie niet is verraden is dus niet houdbaar. Er was in de laatste weken een deal tussen de Duitsers en het verzet en daardoor werden een aantal mensen gered. Maar dit gold niet voor Hannie Schaft. De reden laat zich raden. Overigens werd tijdens deze onderhandelingen ook over zogenaamde links extremisten gesproken. Zowel het oranjeverzet als ook de Duitsers hadden belang bij het onder controle brengen van de linkse groepen, zoals de RVV. Het is niet duidelijk wat hier mee is gedaan, maar het is wel een belangrijk element.

Duidelijk wel is dat de Duitsers al veel informatie hadden over Hannie via Jan Bonekamp, die na een liquidatie door de Zaandamse politieman Tonny Jansen in handen van de Duitsers terecht kwam. Jansen, die al voor de oorlog anticommunist was, vond de gewonde Bonekamp in een steeg en had hem kunnen redden. Maar hij leverde hem zonder medeleven uit aan de SD die zo de kans kreeg om informatie over Hannie uit de zwaargewonde Bonekamp te pressen, doormiddel van injecties. Jansen had de dood van Bonekamp en deels ook die van Hannie op zijn geweten. Na de oorlog kreeg hij twee en half jaar gevangenisstraf voor collaboratie, maar in de aanklacht werd de uitlevering van Bonekamp aan de SD niet eens meegenomen. Jansen werd zelfs geprezen voor zijn verdiensten voor het verzet. Ook weer zo’n toeval? 

Zoals gezegd kwamen Sikkel, Kuntkes en Engels na de bevrijding in leidende posities in de Politieke Opsporingsdienst (POD), en konden zo zonder veel problemen hun sporen uitwissen. Ze waren bezig met verrijking, intriges en het dwarsbomen van onderzoeken nadat er veel klachten tegen de kliek waren ingediend. Ook hun anticommunisme stopte niet. Engels liet alle linkse leden van de POD in 1946 ontslaan omdat ze volgens hem niet naar hem luisterden. Ook dat was een drogreden om zijn haat tegen alles wat links was te versluieren. Al deze zaken beschrijft von Benda in detail. De conclusie dat hier heel veel niet klopte schreeuwt je van iedere pagina tegemoet. Maar von Benda blijft ontkennen dat er een complot was, en zelfs nu nog is. Hij verschuilt zich achter het feit dat Justitie wel probeerde om rechtszaken van de grond te krijgen, maar dit mislukte steeds door vormfouten of het overschrijden van termijnen. Hij wil niet zien dat dit een veel gebruikte truc is om zaken die niet gewenst zijn te laten mislukken. Alleen van der Voort werd veroordeeld voor corruptie en kreeg ontslag. Maar dat was alles.

In de jaren na de oorlog kwam de Velser Affaire vaak in de pers met veel details. Twee journalisten die hier afzonderlijk mee bezig waren kwamen in vreemde omstandigheden om het leven. Von Benda haast zich hier aan toe te voegen dat zij niet werden vermoord door de BVD. Maar hij geeft wel toe dat de manuscripten waar de mannen aan werkten spoorloos verdwenen. Van een van de manuscripten werd alleen de kaft teruggevonden. Hij zegt ook dat verschillende rapportenboeken van de politie onvindbaar zijn en dat hij niet kan garanderen dat alle dossiers over de Velser Affaire compleet zijn. Ze waren in vele handen, waaronder die van Joop Engels. Hij had de kans om alle dingen te verwijderen die hem niet welgevallig waren. Zo is een kritisch rapport over Sikkel dat RVV leider Gerben Wagenaar al tijdens de bezetting schreef gewoon verdwenen. Von Benda geeft ook niet aan of hij wel alles heeft mogen zien. Het lijkt er niet op dat hij daar ook echt strijd voor heeft gevoerd. Als hij dat wel had gedaan zat hij waarschijnlijk nu niet bij het NIOD. Von Benda geeft wel toe dat de groep rond Sikkel zowel tijdens en ook na de bezetting veel slachtoffers heeft gemaakt en dat dit bijdroeg aan de klachten van heel veel mensen. Maar volgens hem was er toch geen sprake van een doofpot. Hij zegt wel meer over het anti communisme dan in eerdere onderzoeken het geval was. Maar hij wil niet accepteren dat precies dit de basis van de Velser Affaire is.
Hoe nu verder? Ons standpunt blijft dat von Benda uit de feiten die hij zelf boven water heeft gehaald de verkeerde conclusies trekt. Alles wijst er op dat er wel degelijk een anticommunistisch complot was dat aan een aantal verzetsmensen het leven heeft gekost. Hij verschuilt zich achter de bewering dat over een aantal zaken geen gegevens op papier staan. Dat betekend echter niet dat er niets is gebeurd. Vaak is het ook een zaak van interpretatie. Alles wijst er op dat er meer te vinden is, maar daar is een meer tegendraadse onderzoeker voor nodig. Zo laat von Benda de rol van BS bevelhebber Bernhard bijna volledig buiten beschouwing. Toch zijn er aanwijzingen dat hij wel degelijk betrokken was, en er op zijn minst van heeft geweten. Maar dat past niet in het straatje van deze onderzoeker, dus is het dan maar niet gebeurd, vindt hij.

Ondanks de verkeerde conclusies bevat het boek veel feiten die voor een nieuwe aanval op de doofpot kunnen worden gebruikt, niet alleen met betrekking tot Velsen, maar landelijk. Er zal een tijd komen dat de Nederlandse elite haar geheimen zal moeten prijsgeven. Rest alleen nog de vraag wie het breekijzer wil zijn. Een ding is zeker, van opgeven kan geen sprake zijn. Dat zijn we de slachtoffers schuldig.
 
“De Velser Affaire” Bas von Benda Beckmann Uitgeverij Boom, november 2013

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen