donderdag 11 oktober 2012

De machtsvraag

In veel Europese landen hebben linkse partijen op een of andere manier banden met bevrijdingsbewegingen in andere delen van de wereld. Dat is ook juist en maakt onderdeel uit van de internationale solidariteit. Toch zijn er kanten aan deze zaak die vaak niet goed worden begrepen, noch door de partijen, noch door de aanhangers van de bewegingen waar men solidair mee is. Dit werd opnieuw zichtbaar tijdens de recente verkiezingscampagne, vooral met betrekking tot de SP.

De SP onderhoud al jaren goede banden met de Koerden en de Palestijnen in Nederland. Er wordt steun gegeven aan demonstraties, woordvoerders spreken op bijeenkomsten en er zijn vaak onderlinge contacten en overleggen. Dit soort solidariteit is in feite twee richtingsverkeer. De partij, in dit geval de SP, hoopt tijdens verkiezingen steun te krijgen van bijvoorbeeld de Koerden en de Palestijnen. De bewegingen in kwestie kunnen via zo’n partij vragen laten stellen in het parlement of andere contacten aanknopen met de overheid, die anders moeilijk en stroperig zouden zijn. Iedereen wint hier dus bij, zou je zeggen.
Maar er is ook een problematische kant. Zolang de betrokken partij geen kans maakt op regeringsdeelname loopt het allemaal nog wel los. Maar als dit plotseling verandert en een partij als de SP misschien wel de grootste wordt, zijn dit soort relaties op een zeker moment lastig. Zo werd de SP er van beschuldigd tijdens de campagne dat het steun zou geven aan de Koerdische PKK. Immers, zo is de redenering, wie steun geeft aan de Koerden geeft ook automatisch steun aan de PKK. Dan komen er nog wat foto’s uit de hoge hoed waarbij partijwoordvoerders staan afgebeeld met PKK vlaggen en de pers heeft weer iets ontdekt om wat schade aan te richten.

Dit soort dingen veroorzaakt bij de betrokken partij meteen paniek. Als je mogelijk de grootste wordt kun je je niet meer permitteren om met een organisatie als de PKK in een adem genoemd te worden. Het antwoord van de SP kwam dan ook onmiddellijk. Zowel Harry van Bommel als Saadet Karabulut werden voor de camera gesleept om bij hoog en bij laag te beweren dat de PKK een terroristische organisatie is, waar zij nooit steun aan hebben gegeven. Beiden wilden duidelijk maken dat ze altijd alleen maar vreedzame middelen hebben gesteund om de Koerdische kwestie op te lossen. Een opluchting voor het campagneteam. Maar wel woede en onbegrip bij de Koerdische gemeenschap omdat een partij die steeds als een vriend werd gezien zich nu tegen de Koerden leek te keren.
Dit alles is het gevolg van een misverstand. Veel mensen in de bewegingen en gemeenschappen die een vrijheidsstrijd voeren nemen aan dat wat steun van parlementaire partijen in Europa meteen betekend dat deze partijen hun volledige steun zullen geven aan de organisaties die deze strijd voeren. Dat zal nooit gebeuren. Parlementaire partijen werken binnen het systeem en accepteren dus ook de regels van dit systeem. Anders zouden ze binnen dit kader niet kunnen functioneren. Deze partijen, ook als ze zich radicaal links noemen, zullen nooit een gewapende strijd steunen, omdat zo’n strijd kan leiden tot een nederlaag voor het systeem. Om stemmen te winnen zullen ze zich wel met de betrokken gemeenschappen inlaten en op die manier ook steun geven. Dat is zonder meer bruikbaar onder bepaalde omstandigheden, maar alle bewegingen die dit soort relaties opbouwen moeten realiseren dat er een grens is waar de parlementaire partijen nooit overheen zullen gaan. Voor revolutionaire partijen ligt dit anders.

Parlementaire partijen maken geen onderscheid tussen revolutionair geweld voor de bevrijding van het volk en terroristisch geweld dat zich vaak tegen het volk richt. Voor hen is alle geweld dat niet door de staat en dus het systeem wordt toegepast automatisch terroristisch geweld. Ze accepteren immers het kapitalistische systeem en dus ook het geweldsmonopolie dat door de staten van dit systeem wordt opgeëist. Hier en daar zullen er wat grijze gebieden zijn, maar over het algemeen keren parlementaire partijen zich tegen iedere vorm van gewapende strijd, zelfs als die strijd wordt gevoerd om het volk tegen repressie te verdedigen.
Revolutionaire partijen strijden voor het omverwerpen van het systeem en accepteren dat daarbij in sommige gevallen gebruik gemaakt moet worden van gewapende strijd. De meest wenselijke methode is het omverwerpen van het systeem door massa actie van het volk, aangevoerd door de revolutionaire partij. Maar massa actie zal bijna altijd geweld door de krachten van het systeem oproepen en dan kan alleen revolutionair geweld het volk en de revolutie beschermen. Een partij die op deze basis werkt is er in Nederland nog niet.

Tot dit wel het geval is zullen bewegingen en gemeenschappen dus zaken moeten doen met de gevestigde partijen. Een goede leidraad is dat bijna alle linkse partijen in Europa sociaal democratisch zijn. Echte en duurzame steun voor een bevrijdingsstrijd is er van deze partijen niet te verwachten. Daarvoor hebben ze te veel te verliezen. Als ze te ver gaan in hun steun zullen ze door de staat meteen op de vingers worden getikt. Dit geeft ook duidelijk aan dat sociaal democratische partijen noot een echte bijdrage kunnen leveren in het bevrijden van de arbeidersklasse en de groepen die hier omheen zitten. Want waar nu de bevrijdingsbewegingen tegenaan lopen zullen ook de arbeiders problemen mee krijgen als ze verwachten dat de betrokken partijen een andere wereld zullen scheppen. Dat kunnen ze niet en willen het ook niet. Daarom zal de sociaal democratie nooit een leidende rol in de klassenstrijd kunnen spelen. Men zal altijd uiteindelijk de kant van het kapitalisme kiezen. Dat moet iedereen zich goed realiseren.
Dus hoe ga je hier mee om? Moet je helemaal niets te maken willen hebben met dit soort partijen? Lenin heeft altijd duidelijk gemaakt dat jezelf naar binnen afsluiten contra productief is. Je raakt geïsoleerd en dan is het sektarisme niet ver meer. Dat is niet in het belang van de verschillende bewegingen en gemeenschappen, en ook niet in het belang van de arbeidersklasse. We moeten werken en contact onderhouden met verschillende partijen en organisaties om de weg vrij te maken voor een revolutionaire partij die zich aan het hoofd van de strijdbeweging kan plaatsen. Als deze partij er is en de situatie is juist kunnen we de machtsvraag stellen. Dan bestaat ook de mogelijkheid dat er gebruik gemaakt moet worden van geweld om de oude heersers te verdrijven en de nieuwe maatschappij te verdedigen en uit te bouwen.

De huidige heersers gebruiken iedere dag geweld om hun macht te behouden. Het hele kapitalisme is gebouwd op geweld en uitbuiting. Miljoenen mensen hebben hierdoor al het leven verloren. En dan hebben we het nog niet eens over de vele oorlogen die onderdeel uitmaken van het systeem. Tot het juiste moment komt moeten we samenwerken met hen die dingen tenminste nog een beetje beter kunnen maken. Maar we moeten ons altijd realiseren dat dit soort coalities tijdelijk zijn en niet de volledige oplossing. Als we onze ogen open houden en vasthouden aan onze ideologie hebben we niets te vrezen. Net als alle andere systemen is het kapitalisme eindig. En het lijkt er steeds meer op dat dit einde zich binnen niet al te lange tijd zal aandienen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen