donderdag 8 maart 2018

KOERDEN ONDER VUUR IN EUROPA


Het lijkt nog maar zo kort geleden dat Europese landen over elkaar heen vielen om hulp te geven aan de Koerden. Er kwamen wapens, andere voorraden en instructeurs om militaire trainingen te geven. Dat was ook niet echt een wonder, want de Koerdische organisaties waren de enige echte macht in het Midden Oosten die het opnam tegen de ISIS, en deze fundamentalisten uiteindelijk versloeg. Weliswaar werd Europa tijdens deze strijd geteisterd door aanslagen gepleegd door ISIS jihadisten, maar de meeste landen waren te laf om op de grond echt iets tegen de ISIS terroristen te ondernemen. Dus gaf men steun aan de Koerden om de kooltjes uit het vuur te halen. Dat lijkt allemaal lang geleden, want Europa, hypocriet als altijd, ziet de Koerden intussen al weer als vijanden. Een klein overzicht.

Toen Turkije Afrin aanviel gingen de Koerden in heel veel landen de straat op. Ze protesteerden tegen de oorlogsmisdaden van de Turkse staat, en vroegen de Europese landen om steun. Maar de situatie was intussen veranderd, en in plaats van steun kregen de Koerden opnieuw te maken met toenemende repressie. Vooral in Duitsland was dit zichtbaar. Verschillende grote demonstraties werden door de politie aangevallen of gestopt, omdat er posters of vlaggen met de foto van Abdullah Öcalan te zien waren. Dit soort vlaggen is in Duitsland, een land dat zich een democratie noemt, verboden. In Keulen mogen de Koerden intussen helemaal niet meer demonstreren. De politie beweert dat men bang is voor gevechten met nationalistische Turken, maar het is overduidelijk dat ook de obsessie met vlaggen een rol speelt.

In andere Duitse steden zijn demonstraties nog wel mogelijk, maar steeds opnieuw zijn er aanvallen door de politie die hun vijandigheid niet onder stoelen of banken steken. Niet dat de Koerdische beweging zich door dit soort intimiderend gedrag laat tegenhouden. Afgelopen zaterdag nog demonstreerden duizenden Koerden in Berlijn. Van een hoog flatgebouw was een gigantische poster van Abdullah Öcalan te zien. Maar de houding van de autoriteiten leidt wel tot steeds meer spanningen. Overigens zijn het niet alleen demonstraties die het moeten ontgelden. In Hamburg brak de politie in bij een Koerdische vereniging omdat ze dachten dat er een Öcalan vlag binnen hing. Zo ver gaat men intussen. De Koerdische organisaties overwegen juridische stappen omdat de politie en andere autoriteiten het recht op demonstratie schenden.

Ook in Nederland zijn er incidenten geweest tijdens Koerdische demonstraties. Dit kwam vooral door de provocaties van Turkse nationalisten, maar de politie trad vooral tegen de Koerden op en liet de Turken ongemoeid. Dit soort voorvallen hebben we gezien in Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Ook op andere vlakken laat Europa zien dat men zich steeds meer van de Koerden afkeert. Zo werd vorige week in Praag de voormalige voorzitter van de PYD, Saleh Moslem, gearresteerd. Dit gebeurde op verzoek van Turkije dat om zijn uitlevering vroeg. Zo als gebruikelijk hadden de Turken hun papieren weer niet op orde, en na een paar dagen werd Saleh Moslem weer vrijgelaten. Dat was natuurlijk een overwinning, maar het geeft wel aan dat Europa steeds meer een vijandige houding tegen de Koerden aanneemt. Men had immers het verzoek van Turkije ook gewoon kunnen negeren. Dat is vaker gebeurd, de mensenrechtensituatie in Turkije staat toch geen uitleveringen toen. Dat het nu anders liep geeft aan dat Europa weer is teruggevallen op de eerdere houding van vijandigheid tegenover Koerdische politici.

Dat werpt meteen de vraag op waarom dit zo is, en ook waarom Europa zo vreselijk stil is gebleven na de aanval op Afrin, ondanks het feit dat het hier duidelijk om onwettige Turkse agressie gaat. Niet alleen tegenover de Koerden, maar ook tegenover de Syrische regering. Het antwoord moeten we zoeken in de situatie in Syrië zelf, en de houding die de Europese staten in dit conflict innemen. Laten we beginnen met Europa. Er bestaat geen twijfel aan dat de  verhouding tussen Turkije en verschillende Europese landen de laatste tijd behoorlijk verstoord is geweest. Dat geldt vooral voor Duitsland en Nederland. Als zo’n situatie optreedt, krijgen de Koerden altijd wat meer ruimte omdat de Europese regeringen in kwestie Turkije dwars willen zitten. Echter, zo’n periode duurt altijd maar kort. Ook nu zien we weer dat zowel Nederland als ook Duitsland proberen om de banden met Turkije aan te halen. Dat Turkije intussen de meest gruwelijke oorlogsmisdaden pleegt is dan niet meer van belang. Duitsland heeft zelfs een nieuwe wapendeal met Turkije gesloten om een Duits-Turkse journalist uit een Turkse gevangenis te halen. Ook de Nederlandse regering wil geen slecht woord meer horen over de bloedsultan in Ankara. Dat verklaart deels de recente houding van Europa tegenover de Koerden. Maar er is nog meer aan de hand.

De huidige ontwikkelingen hangen ook samen met de Amerikaanse politiek in het Midden Oosten, en de onzekerheid die hier over bestaat. Het is heel moeilijk om uit te vinden wat de Amerikanen nu eigenlijk willen. Deels komt dat omdat ze in feite de oorlog in Syrië hebben verloren, en gelijktijdig heeft het te maken met het beleid van Trump zelf. Dit beleid verandert bijna per dag en soms per uur. Niemand weet dan ook precies wat de bedoeling is. De Amerikanen werken in Syrië wel moet de Koerden samen, maar niet in Afrin omdat men niet in conflict wil raken met NAVO partner Turkije. De Amerikanen willen wel tegen iedere prijs een aanwezigheid in Syrië houden, en het lijkt er op dat ze aansturen op een Syrië dat in stukken is verdeeld. Dit is voor Washington ook het enige haalbare resultaat, omdat de Syrische regering samen met Rusland grote delen van het land heeft bevrijdt. Ook in Afrin zijn nu milities aanwezig die samenwerken met de Syrische regering. Amerika zal dus proberen vast te houden aan de paar gebieden die niet in handen van Assad zijn.

Het blijft onduidelijk wat voor rol de Koerden in de Amerikaanse plannen zullen spelen. Deze onzekerheid leidt er toe dat de Europese landen de Koerden, en de conflicten waar de Koerden bij betrokken zijn, zo veel mogelijk negeren. Ze volgens immers altijd Washington, en zolang niet duidelijk is wat de heer en meester precies wil zal men zich stil houden. Dat is natuurlijk een laffe houding, maar van de Europese staten zijn we niet anders gewend. Een onafhankelijk standpunt valt van Europa niet te verwachten. Daarvoor is de Amerikaanse invloed veel te groot. Sommige Europese leiders mogen dan kritiek op Trump hebben, als het er op aan komt doen ze toch wat de Yanken bevelen.

Voor de Koerdische organisaties verandert er dus niet zoveel. De prioriteit blijft om de oorlog gewoon voort te zetten, zowel tegen de Turken als de islamitische bendes in het gebied, om zo een eigen toekomst veilig te stellen. Macht gaat altijd samen met kracht, en hoe meer kracht de Koerden kunnen ontwikkelen, zowel politiek als militair, hoe meer de grote machten in het gebied rekening moeten houden met de eisen en wensen van het Koerdische volk. Het blijft een onzekere zaak, maar in dit soort gevallen is het vertrouwen op eigen kracht de enige werkbare oplossing. Wat je met eigen handen en eigen bloed hebt gewonnen, kan niemand meer afnemen.


donderdag 1 maart 2018

OVER HET LIJK VAN VAN MIERLO

Wat al een poosje in de pen zat, is deze week dan eindelijk gebeurd. De Tweede Kamer heeft het raadgevend referendum weggestemd. Beter gezegd; het referendum is ten grave gedragen gelijk tijdig met de illusie van een beetje meer democratie. En wie was de slippendrager? Kajsa Ollongren, de minister van binnenlands zaken van D’66. Ja, inderdaad, D’66, de partij van het referendum bij uitstek. Kun je nog verder zinken?, is dan de volgende vraag. Waarschijnlijk niet. Een ding is zeker; de oprichter van D’66, Hans van Mierlo, heeft in de laatste dagen liggen tollen in zijn graf. Dat kan gewoon niet anders.

Wie zich de tijd van de oprichting van D’66 kan herinneren in, hoe kan het ook anders, 1966, weet nog wat een spektakel deze partij toen ontketende. Voor het eerst sinds lange tijd zou Nederland een nieuwe partij krijgen. Het zou ook niet zo maar een partij als vele anderen worden, D’66 zou de Nederlandse politiek voorgoed op zijn kop zetten. Een frisse wind, met een frisse leider, Hans van Mierlo, die vooral bij de vrouwelijke kiezers goed scoorde. De uitspraken van Van Mierlo logen er niet om. Nederland moest open gebroken worden. Het was tijd voor meer democratie, echte democratie, heel anders dan we van de oude vastgeroeste partijen gewend waren. En het centrale punt van dit alles moest het referendum zijn. Dan pas zouden de burgers echt mee kunnen praten, en nog belangrijker; meebeslissen.

Waarschijnlijk kan niemand zich nu meer voorstellen wat er toen allemaal gebeurde. Vandaag ziet  bijna iedere week een nieuwe partij het levenslicht, maar in de jaren 60 van de vorige eeuw was dat het verhaal van het jaar. Natuurlijk hadden Van Mierlo en zijn club de tijd mee. De jaren 60 waren een tijd van doorbraak en het wegwerken van taboes. Het was de tijd van onrust in Frankrijk en elders, de Provos waren actief in Amsterdam en de seksuele revolutie stond op uitbarsten. Binnen alle ontwikkelingen in die tijd paste D’66 precies. De partij beloofde een frisse wind, en Nederland zou nooit meer hetzelfde zijn. Het was dus duidelijk dat de club een echte doorbraak verwachtte. Deze droom kwam maar deels uit. Zeker, D’66 kreeg steun, vooral van jongeren en kiezers die het oude zuilensysteem meer dan zat waren. En, daar was de partijleiding blij mee. Maar voor een echte doorbraak was het te weinig, en dat had eigenlijk ook geen verrassing moeten zijn. In de Nederlandse politiek breekt eigenlijk geen enkele partij echt door. Ook nu nog niet. Het loopt altijd uit op coalitievorming.

D’66 was dus gearriveerd en zat in de Kamer maar daarmee was de frisse wind voorlopig uitgeblazen. Begin jaren 70 mocht de partij een bijwagen zijn in het beroemde Kabinet Den Uyl. Maar door de inbreng van de andere deelnemers was de club van Van Mierlo maar deels zichtbaar. Veel verder is men ook nooit gekomen. Overigens was D’66 niet het enige experiment om een doorbraak te forceren. In 1970 ontstond ook nog DS’70, een lang vergeten partij die werd geleid Willem Drees junior. Ook deze partij beleefde een klein doorbraakje en won 8 zetels. De afsplitsing van de PvdA stond verder vooral bekend om de verkiezingsposters en stickers die de vorm hadden van een wybertje. Dat was eerder nooit vertoond. Veel heeft het niet geholpen, en de partij is al heel lang begraven onder een dikke laag Haags stof.

Maar terug naar D’66. Na de spraakmakende start en de vele publiciteit rond de persoon van Van Mierlo bleef men stug doorzetten om toch maar weer in het centrum van de macht te komen. Makkelijk was het allemaal niet, maar men bleef wel vasthouden aan de plannen voor meer democratie, inclusief natuurlijk het beroemde referendum. Maar de heersende klasse was al nooit een voorstander van dit middel, en daar is ook nooit verandering in gekomen. Zowel met het referendum over de Europese grondwet, als ook het associatieverdrag met de Oekraïne leden de verschillende regeringen gevoelige nederlagen, omdat het volk heel goed wist wat er op het spel stond. Zoals je zou verwachten werden de uitslagen nooit uitgevoerd, en de plannen gewoon doorgezet. Toch was men hier niet tevreden mee. Natuurlijk kon men het resultaat van iedere volksraadpleging naast zich neerleggen. Maar dat zag er toch iedere keer weer ondemocratisch uit en het voelde ook als een vernedering. Helemaal afschaffen was dus veel beter. Dan was men van het hele geneuzel af.

Veel zou het toch niet uitmaken, want de referenda die gehouden zijn veranderden niets. Rutte III kreeg dan ook de taak om de wet voorgoed de nek om te draaien. En Nederland zou Nederland niet zijn, als men daarbij niet op het idee was gekomen om het vuile werk te laten doen door de partij die eigenlijk ook gerust referendum partij had kunnen heten. Tijdens de debatten liet D’66 nog wel kleintjes weten dat de afschaffing niet hun idee was geweest. Maar ja, D’66 is intussen niets meer dan een gewone bestuurderspartij, en bevel was natuurlijk ook nog een keer bevel. Dus mocht Ollongren de kooltjes uit het vuur halen. Met de hete adem van Rutte in de nek voerde ze haar taak met veel wippen en duiken uit. Als bestuurderspartij ga je over lijken, zelfs als het om het lijk van je oprichter gaat.


Zeker, de Eerste Kamer moet het allemaal nog goed keuren, en er zal nog wel wat gepuft en gesteurd worden. Maar eigenlijk is de kogel gewoon door de kerk. Er mag zelfs geen referendum over de beslissing komen, en een alternatief is er ook niet in de aanbieding. Dus is het vijgenblad dat zich democratie noemt weer een stukje kleiner geworden. We mogen het blijven doen met de onzin die men verkiezingen placht te noemen. Natuurlijk wisten we al heel lang dat we hier niets te zeggen hebben. Het enige goede aan de afschaffing van het referendum is, dat de Haagse elite toch weer eens gedwongen was om te laten zien wat een geweldige “democraten” er toch op het Binnenhof zetelen. En Van Mierlo….als hij zijn oude partij nu nog in actie zou zien, zou hij waarschijnlijk doen wat hij meestal in dit soort gevallen deed; de kroeg in duiken.

donderdag 22 februari 2018

ZIJLSTRA EN DE NEPNIEUWS STRATEGEN VAN DE VVD

Het is al weer een week geleden dat Halbe Zijlstra het veld moest ruimen na zijn Poetin leugen. Soms moet je nieuws even laten bezinken voor dat je conclusies trekt, want het gaat over veel meer dan een leugenachtige liberaal. De leugen van Zijlstra had maar een doel; Rusland neerzetten als een agressieve tegenstander die bezig is om een nieuw rijk op te bouwen. Dat is het beeld dat de NAVO wil zien, en dat is dus ook het beeld dat de VVD naar voren schuift. Is de VVD dan alleen maar bezig om de NAVO een plezier te doen, of steekt er meer achter?

De leugen van Zijlstra was zeker niet alleen een poging om de NAVO een plezier te doen, hoewel het deze oorlogsmisdadigers natuurlijk wel goed uit kwam. Maar het zou fout zijn om deze nu toegegeven leugen als een op zichzelf staand incident te zien. Al jaren, en zeker vanaf 2014-2015, is de Nederlandse regering bezig om Rusland in diskrediet te brengen. Natuurlijk staat men hier in niet alleen, en komt veel van de inspiratie uit Duitsland, maar toch is het opvallend dat Nederland in dit soort “dirty tricks” campagnes altijd een hoofdrol opeist. Vooral de VVD is de geest van de koude oorlog nooit te boven gekomen. Men kan het eenvoudig weg niet accepteren dat Poetin weigert om naar de pijpen van het westen te dansen. Dus wordt er alles aan gedaan om Rusland als een soort bloeddorstig monster neer te zetten. Een monster dat elk ogenblik toe kan slaan.

De leugen van Zijlstra was weer zo’n poging. En, wat nog belangrijker is, het is een goed voorbeeld van de Nederlandse betrokkenheid in het publiceren van nepnieuws. Het hele westen beschuldigd juist Rusland van het verspreiden van nepnieuws, terwijl hiervoor absoluut geen bewijzen zijn. Maar het Nederlandse nepnieuws is nu een bewezen feit, en het zal zeker niet op zich zelf staan. Kijk naar het onderzoek naar de ramp met de MH17. Vanaf het begin heeft Nederland de Oekraïne een hoofdrol laten spelen in dit onderzoek, terwijl de kans groot is dat Kiev zelf achter het neerhalen van het vliegtuig zat. Iedere criminalist zal kunnen vertellen dat je een verdachte van een misdaad nooit kunt laten deelnemen aan het onderzoek. Toch heeft de Nederlandse regering dit vanaf het begin gedaan. Daar komt nog bij dat Den Haag alle leugens vlekkeloos heeft nagepraat die door de Kiev fascisten zijn verspreid. Men gebruikt ook steeds de zogenaamde onderzoeksresulaten van Bellingcat, een onderzoekscollectief uit de koker van de CIA. Alles wat uit dit collectief tevoorschijn komt is zondermeer als nepnieuws te bestempelen.

Je moet je steeds opnieuw afvragen waarom dit onderzoek al zo lang loopt en er nog steeds geen echte resultaten zijn. De meest voor de handliggende reden is dat men er maar niet in slaagt om bewijzen tegen Rusland te vinden. Juist daar is zo hard naar gezocht. Maar verder dan een paar gefabriceerde YouTube filmpjes is men niet gekomen. De kans is heel grote dat de ware schuldigen in Kiev zitten, maar dat wil men natuurlijk niet zien. Er zijn immers innige banden met de fascisten daar. Niemand is vergeten wat een geweldige relatie de rat Koenders met de Kiev fascisten had toen hij minister van buitenlandse zaken was. Dat is onder de huidige regering echt niet veranderd. Dus volgt de ene leugen de andere op. Dat hierbij de media een grote rol spelen is duidelijk.

Hierbij is een hoofdrol weggelegd voor de NOS Moskou correspondent David Jan Godfroid. Hij kan het nooit laten om in zijn stukken Rusland zo zwart mogelijk te maken. Natuurlijk gebeurd dit in opdracht, en zijn het niet allemaal zijn eigen bedenksels. Het begon al tijdens de oorlog in de Donbass, toen Godfroid zonder problemen alle verhalen van Kiev overschreef. Ook hij zag grote massa’s Russische tanks over de grens denderen. Alleen waren die tanks nergens te vinden en is er nooit een invasie van het gebied geweest. Sinds die tijd is Godfroid bij iedere leugen campagne tegen Rusland in de voorste rijen te vinden. Als er een nepnieuws detector bestond zouden er bij zijn stukken vele malen rode alarmlampjes geen branden.

Zijlstra met zijn Poetin leugen is er dus maar een van velen. Wat de onthulling wel aangeeft is hoe ver men eigenlijk bereid is om te gaan om Rusland en ook Poetin in een kwaad daglicht te plaatsen. Zijlstra loog niet alleen over zijn aanwezigheid, maar hij gaf ook nog een volledig verdraaide versie van wat er werd gezegd in die beroemde bijeenkomst in 2006. Hij deed dit 10 jaar na het gebeuren. Dat geeft aan hoe de kijk op Rusland is veranderd. In 2006 liet zo’n verhaal iedereen koud omdat het westen toen nog hoopte dat Poetin Rusland in de uitverkoop zou doen. Maar in 2016 was die hoop vervlogen en kwam de nepnieuwsmachine pas goed op gang. Toen mocht Zijlstra zijn verhaal vertellen, een verhaal dat niet het zijne was. Uiteindelijk is hij in zijn eigen leugens gestikt.

Iedereen die Rusland en zeker Poetin een beetje kent zou het nepverhaal van Zijlstra meteen van de hand hebben gewezen. Poetin is slim genoeg om dit soort uitspraken nooit te doen. Hij weet immers dat er druk gezocht word naar dingen die de campagne tegen Rusland kunnen voeden. Kijk maar naar de Russische atleten op de Olympische Winterspelen. De doping waar de Russische atleten van worden beschuldigd wordt ook door atleten in het westen gebruikt, maar dan wordt er zogenaamde een uitzondering gemaakt omdat het middel voor gezondheidsredenen nodig zou zijn. Wordt er dan helemaal geen doping gebruikt door Russische atleten? Natuurlijk wel, dat gebeurd immers overal in de sport en het gaat over alle grenzen heen. Bij iedere nieuwe controle die wordt ingevoerd, wordt gelijktijdig weer een nieuwe methode ontdekt om die zelfde controle te omzeilen. Alleen als er politieke redenen zijn wordt er werk van gemaakt, dus is iedere Russische sporter verdacht. Niet omdat hij of zij iets genomen zou hebben, maar omdat de westerse politieke leiding dat zo wil.

Als we dit alles goed beschouwen is de volgende vraag hoeveel meer leugens over Rusland er eigenlijk in omloop zijn. Een goede graadmeter is om alles wat er over Rusland wordt geschreven en gezegd in de westerse media als propaganda te zien. Een diepergaand onderzoek zal de kleine stukjes waarheid er dan wel tussenuit filteren. Het westen, en vooral dan Amerika, ziet ieder land dat zijn eigen weg gaat als een potentiële vijand. Landen als Nederland worden dan als pakezel gebruikt om de leugens rond te strooien en op de juiste plekken te bezorgen. Het is niet voor niets dat de Nederlandse inlichtingendiensten meer in dienst staan van Washington dan van Den Haag. Er wordt blindelings geluisterd en gefunctioneerd.


De Nederlandse politiek, met de VVD voorop, is onderdeel van deze machine. Het gebeurd maar weinig dat dit soort activiteiten aan het licht komt. Dat dit met Zijlstra nu wel is gebeurd kan twee redenen hebben: hij was te dom of te onervaren voor zijn taak, of een bepaalde kring wilde hem uit de weg hebben. Wat de reden ook was, het is wel gelukt. Achter de schermen zal ook Rutte behoorlijk in een hoek zijn gedrukt. Men houdt immers niet van bedrijfsongevallen die de werkwijze van de nepnieuws strategen blootlegt. Het zou zo maar kunnen gebeuren dat niemand het nepnieuws meer geloofd, wat voor deze kringen een ramp zou zijn. Ook Rutte heeft dus een fikse deuk opgelopen, en wij allemaal zijn een stukje wijzer geworden. De VVD zal deze ramp wel weer te boven komen. Of dat ook voor Rutte geldt, moet nog blijken.

donderdag 15 februari 2018

DE BEURZEN VALLEN – NOU EN?

In de media knipperden deze week de rode alarmlichten weer. De beurzen vielen, beginnende in Amerika. Meteen komt er dan een stroom van analisten op gang die proberen te doorgronden waarom de aandelen deze keer weer kelderen. Waarschijnlijk zitten dit soort figuren al op gelegenheden zoals deze te wachten, want aan al het gespeculeer en de verschillende verklaringen wordt natuurlijk goed verdiend. Typisch kapitalisme; de een zijn dood is de ander zijn brood. Maar is het echt nodig dat de media zo veel aandacht aan dit soort verhalen geeft, terwijl de meerderheid van de bevolking nog nooit een beurs van binnen heeft gezien? Of is het de gebruikelijk hysterische reactie die tegenwoordig alles wat maar enigszins als bijzonder wordt gezien begeleid? Vandaag zijn het de beurzen, morgen een pak sneeuw en volgende week het zoveelste voedselschandaal. Er lijkt nooit een einde aan te komen, als je het tenminste volgt.

Ieder die de geschiedenis van het kapitalisme kent weet dat de ene crisis altijd een voorbode van de volgende is. Zonder een regelmatige crisis kan het kapitalisme niet leven. Je zou het ook als een vorm van doodhout verwijderen kunnen zien. Maar dat is een cynische kijk. Het staat gewoon vast dat er altijd weer een nieuwe terugval komt, dat heeft het systeem in zich. Het kan zijn dat de vallende beurzen dus weer zo’n dieptepunt aankondigen. Maar het kan ook zijn dat het een storm in een glas water is. Maar maakt het wat uit voor ons allemaal? Eigenlijk niet. Als arbeidersklasse kunnen we maar zelden profiteren, ook als het zogenaamd goed gaat merken we er weinig van. Alleen de grote zakkenvullers weten immers hoe ze op hun kosten kunnen komen. Vandaag failliet, morgen weer een nieuwe kans. Hoe de mensen die daarbij op straat terecht komen verder moeten, maakt voor de topverdieners weinig uit. Het zijn immers voor hen maar getallen.

Kijk naar de nasleep van de crisis van 2008. Het kapitalisme heeft hemel en aarde bewogen om die crisis de baas te worden. Nu is dat zogenaamd gelukt. Maar dat geldt niet voor de gewone mensen. Veel van de maatregelen die toen genomen zijn, en die ons allemaal hebben getroffen, zijn nog steeds van kracht. Veel van de bezuinigingen zijn immers nooit teruggedraaid. We betalen nu nog steeds voor de miljarden die in de banken zijn gepompt om ze overeind te houden. En de pensioenleeftijd blijft ook stijgen, ondanks het feit dat veel mensen niet langer kunnen en willen werken dan 65. Zo hebben ze ons allemaal weer opgelicht en bestolen om hun eigen verrotte systeem aan de gang te houden.

Nu beweren ze dat het allemaal beter gaat, en dat de economie weer op peil is. Maar de prijzen blijven stijgen, de zorgkosten en de huren nemen toe, en de rijen bij de voedselbanken worden alleen maar langer. Zijn dat de goede tijden waar Rutte en Co de mond over vol hebben? Blijkbaar wel. Terwijl de miljardair zijn zoveelste luxe kar besteld, mag de arbeider uitkijken naar het zoveelste bijbaantje dat nodig is om het hoofd boven water te houden. Verder blijft het bij mooie woorden in het parlement, op de TV en in de kranten. En van die woorden worden wij niet beter, in tegendeel. Ze hebben alleen als doel om de mensen in slaap te sussen en een goed gevoel te geven. De standaard truc van de oplichter dus.

De beurzen en alles wat daarbij hoort zijn in feite gewone ordinaire casino’s, waar uiteindelijk altijd de bank wint. Toch is het voor de financiële haaien nog niet genoeg dat ze torenhoge winsten kunnen maken op gelden die niet of nauwelijks bestaan. Daarom proberen ze ook gewone mensen bij deze criminele praktijken te betrekken. Steeds vaker kom je apps voor de smartphone tegen die helpen bij het beleggen. Er worden dure reclamecampagnes voor gevoerd. Je kunt eerst beleggen met fantasie geld om het een beetje te leren. Leuk spelletje immers. Maar op een zeker moment komt er natuurlijk echt geld in het spel, en als je dan niet op past ben je je zuurverdiende spaarcenten plotseling allemaal kwijt. We hoeven natuurlijk niet te vragen in welke zakken dat geld dan verdwijnt. In dezelfde zakken die in 2008 beweerden aan de grond te zitten, en nu weer in luxe baden. Het is dus meer dan aan te bevelen om dit soort apps op verre afstand te houden, en het zelfde geldt voor andere beleggingsmethoden. Uiteindelijk wint de financiële maffia, altijd.

Dit soort figuren hebben toch niets te vrezen. Als het mis gaat hebben ze altijd nog hun loopjongens in het parlement die ze uit de wind houden. Met leugens, bedrog en propaganda beschermen zij het groot kapitaal, en laten de winsten verder stijgen. Ten kosten van ons allemaal. Heb dus nooit medelijden als er weer een of andere kapitalist failliet gaat. Geloof de huilverhalen niet die ze in dit soort gevallen verspreiden. Morgen hebben ze weer een volgende oplichters truc bedacht om de uitbuiting gewoon voort te zetten. Hierbij ontelbare gebroken levens achterlatend.


Natuurlijk kan het ook anders; het is geen wetmatigheid dat een kleine groep alle rijkdommen inslikt. Ze kunnen dit alleen doen omdat wij het toelaten. Als op een zeker moment de ogen eindelijk open gaan kunnen we deze parasieten uitschakelen, en het heft zelf in handen nemen. Het zal geen makkelijke strijd zijn, en er zullen offers gebracht moeten worden. Maar als we een rechtvaardige samenleving willen is dat de enige weg. Dan kunnen we de beurzen ombouwen tot betaalbare woningen, en van de luxe kantoren maken we gemeenschapsruimten voor ons allemaal. De speculanten en de zakkenvullers mogen de schade herstellen die ze over al die jaren hebben aangericht, en de analisten en andere goedpraters mogen de straat vegen en het vuilnis ophalen. Ze zijn dan weer terug in hun vertrouwde omgeving. We hebben nog veel oude rekeningen openstaan. Het wordt hoog tijd dat we daar eens werk van gaan maken.

donderdag 8 februari 2018

DE POLITIEKE ZWALKERS VAN DE SOCIAAL DEMOCRATIE

Het blijft een vreemd fenomeen; steeds opnieuw verraden de sociaal democraten de arbeiders, en toch blijven er altijd mensen die hun vertrouwen in deze stroming blijven uitspreken. Het lijkt wel als of de lessen gewoon nooit geleerd worden. Toch is het allemaal zo duidelijk, met als meest recent voorbeeld Duitsland, waar de SPD weer hard op weg is om Merkel aan een meerderheid te helpen. Dit gaat in tegen de wil van de kiezers, maar wanneer hebben de sociaal democraten zich wat van de kiezers aangetrokken? Binnenkort zijn ook hier weer verkiezingen voor de gemeenteraden, en vanuit de oppositie zal de PvdA zich weer voordoen als linkse partij. Misschien moeten we toch maar eens wat voorbeelden uit het verleden voor het voetlicht halen, om de rol van de sociaal democraten beter te begrijpen.

Hoewel de sociaal democratische partijen ooit met de beste intenties werden opgericht, bleek al in de beginperiode dat de stroming zich niet leende voor revolutie, maar veel meer ging optreden als politieagent voor de arbeidersklasse, die de mensen voor de heersers onder de duim moest houden. De voorloper van de huidige PvdA, de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) kent een geschiedenis die we in dezelfde vorm tegen komen bij gelijksoortige partijen in de hele wereld. Laten we beginnen met een voorbeeld van nog voor de Eerste Wereld Oorlog, een periode waarin de sociaal democraten trotse tegenstanders waren van iedere vorm van oorlogvoering. Hun oplossing voor eventuele oorlogen en conflicten was simpel; laat de arbeiders weigeren om aan een oorlog tegen hun broeders uit andere landen deel te nemen, dan gaat er niemand meer vechten en kan de oorlog niet door gaan. Algemene stakingen zouden ook een probaat middel zijn. Het klonk allemaal prachtig en ook uitvoerbaar. Alleen bleek al meteen bij het uitbreken van de Eerste Wereld Oorlog dat de sociaal democraten er in de praktijk niet voor voelden om hun eigen plan uit te voeren. Ze stemden massaal voor de oorlogskredieten, en het conflict kon gewoon doorgang vinden. Alleen de linker vleugels waren tegen, en de splitsing die op deze wijze ontstond leidde, samen met andere factoren, tot het ontstaan van de communistische partijen.

Na dit verraad zijn de sociaal democraten altijd blijven zwalken. Weliswaar riep Troelstra in 1918 voor een kort moment de revolutie in Nederland uit. Maar deze oproep werd al snel ingetrokken, en als een vergissing neergezet. Troelstra zou te emotioneel hebben gehandeld. De SDAP had andere plannen; men wilde geaccepteerd worden als een gewone politieke partij om de isolatie te doorbreken. Natuurlijk vertrouwde de heersende klasse de zogenaamde “rooien” niet, maar men maakte er wel gebruik van. Een goed voorbeeld is Koos Vorrink, begonnen als leider van de jeugdbeweging, de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) en later de voorzitter van de SDAP. Vorrink was een goed organisator, en een overtuigd anticommunist, iets wat binnen de heersende klasse als interessant werd ervaren. Zijn karakter geeft een goed beeld van de handelwijze van de SDAP, en hoe er werd gedacht. Vorrink sprak zich heftig uit tegen het fascisme, en toen Hitler aan de macht kwam was hij in Duitsland. Samen met andere sociaal democraten, en gekleed in Reichsbanner uniform, nam hij stelling in een gebouw van de arbeidersbeweging. Men verwachtte een aanval van de Nazi’s en wilden het gebouw verdedigen. Maar de Nazi’s kwamen niet (dat deden ze pas veel later) en er kwam dus ook geen gevecht. Vorrink keerde terug naar Nederland, en bleef zich hier tegen het fascisme uitspreken, gelijktijdig het communisme veroordelend in ongeveer dezelfde termen. Hij hield dit vol, ook toen de oorlogsdreiging in de jaren 30 steeds meer toenam. Een consequente houding, zou je kunnen denken, want hij leek klaar voor een rechtstreekse confrontatie met de Nazi’s.

Maar dat bleek toch iets anders te liggen. Vorrink en andere sociaal democraten kwamen op het idee om lid te worden van de Burgerwacht. Men wilde deze organisatie gebruiken om tegen het fascisme te vechten. Een vreemde gedachtegang omdat de Burgerwacht een oerconservatieve club was, die ooit was opgericht om de revolutie van Troelstra af te wenden. De meeste leden waren ex-militairen en aanhangers van alles wat oranje was. Vorrink wilde dus intreden in een organisatie die ooit tegen zijn eigen partij was opgericht, in plaats van een gemeenschappelijk front te zoeken met andere arbeiders partijen. Binnen de SDAP was er oppositie, maar Vorrink zette door. Er kwamen binnen de Burgerwacht zogenaamde “moderne vendels”, die bestonden uit leden van de SDAP en de vakbonden. Deze vendels functioneerden nog steeds toen de Duitsers Nederland binnen vielen in mei 1940. In de dagen voor de inval was de oorlogsdreiging overal voelbaar. Na het voorgaande zou je dus denken dat hierdoor Vorrink en zijn partij ook steeds strijdbaarder zouden worden.

Maar ook dat bleek weer tegen te vallen. Door de dreiging van een inval werden alle 1 Mei demonstraties door de regering verboden. Maar in de avond mocht Vorrink wel spreken op een grote bijeenkomst op het Frederiksplein in Amsterdam. SDAP en AJC leden trokken massaal naar het plein om hun geliefde leider te horen spreken. Het zou immers een vlammende toespraak worden. De hooggespannen verwachtingen werden de bodem ingeslagen. Vorrink zei dat de oorlog dichtbij was, maar van zijn normale antifascistische houding was geen sprake meer. Hij riep zelfs niet op tot verzet in geval van een Duitse bezetting. De aanhang keerde diep teleurgesteld huiswaarts. Er was immers niets van hun grote voorbeeld uit gegaan, juist in het uur dat dit zo nodig was. Het was een teken aan de wand; de SDAP is nooit als partij in verzet gegaan, zoals de CPN en de RSAP wel deden. Individuele leden kwamen wel in actie, maar een SDAP verzetsorganisatie is er nooit geweest. Ook bleef samenwerking met de CPN onbespreekbaar.

Maar we lopen op de zaak vooruit. Toen de inval eenmaal een feit was trok Vorrink naar Amsterdam waar hij de stad met het moderne vendel van de Burgerwacht tegen de Duitsers wilde verdedigen. Hij heeft nooit ingezien hoe onzinnig dit plan was, en kreeg ook geen tijd om hier over na te denken, want toen de capitulatie kwam raakte hij totaal de kluts kwijt. Hij was als de dood om door de Duitsers te worden opgepakt, en liet zich naar IJmuiden brengen om met een schip naar Engeland over te steken. Zijn uniform van de Burgerwacht was verdwenen, en zijn heldhaftigheid ook. Toen bleek dat er geen schip was met een plek voor hem, heeft hij op zijn knieën op de kade liggen smeken, om toch maar ergens aan boord te komen. Maar het feest ging niet door en hij keerde diep teleurgesteld terug naar Amsterdam. Hij wilde niemand meer spreken, en liet zijn organisatie in feite in de steek.

Het klopt dat hij in de bezettingstijd wel wat dingen voor het verzet deed, meestal ging het om het schrijven van artikelen, maar een organiserende kracht is hij nooit geweest. Hij werd uiteindelijk gearresteerd tijdens het zogenaamde “England Spiel”, niet omdat hij zo’n grote rol in het verzet speelde, maar omdat hij opnieuw bezig was om naar Engeland over te steken. Hij dacht dat hij daar onmisbaar zou zijn. Uiteindelijk kwam hij in Sachsenhausen terecht waar hij in een aparte barak zat en overleefde. Veel van zijn oude kameraden hadden dit geluk niet. Nu zou je kunnen tegenwerpen dat de handelswijze van Vorrink het politiek zwalken van een individu met zwakheden is. Maar Vorrink was niet zo maar een partij leider, zijn invloed op de SDAP was enorm en doorslaggevend.

Toen Nederland bevrijdt was in 1945 kon het contrast niet groter zijn. De CPN was de verzetspartij bij uitstek en had 70% van haar kader verloren. De SDAP had zich bijna overal buiten gehouden, maar stond wel in de rij om baantjes in te pikken nu het weer veilig was. De CPN was er van overtuigd dat er een doorbraak zou komen, als beloning voor het voorbeeldige verzetswerk van de partij, en dat de organisatie samen met de SDAP een grote arbeiderspartij zou vormen om een nieuw Nederland op te bouwen. De doorbraak kwam er, maar niet richting de CPN. De SDAP ging samenwerken met de conventionele partijen, en veranderde haar naam naar verloop van tijd in Partij van de Arbeid. Men volgde trouw alle instructies van de heersende klasse op, en het noemen van het woord socialisme gebeurde alleen nog maar op een symbolische manier en om delen van de achterban gerust te stellen. Een vertegenwoordiger van de arbeiders is de PvdA nooit geweest. Het werd een bestuurderspartij die zich alleen tijdens verkiezingscampagnes wat van de arbeiders aantrok. Dat is ook nooit meer veranderd. Niet onder Vorrink, niet onder Drees of Den Uyl, en zeker niet onder de leiders uit de meer recente jaren.

Zelfs Joop den Uyl, die in de jaren 70 van de vorige eeuw als een bevlogen iemand werd gezien, maakte deze reputatie niet waar. Tijdens de Lockheed affaire, toen Prins Bernhard steekpenningen bleek te hebben aangenomen om vliegtuigcontracten door te drukken, had Den Uyl de kans om voor altijd af te rekenen met het huis van oranje. Hij liet die kans liggen en als een goed sociaal democraat koos hij de kant van de heersers. Als hij toen zijn verantwoordelijkheid had genomen waren we nu voor altijd van de oranje parasieten verlost geweest. Opnieuw verraad dus, een handelswijze die als een rode draad door de geschiedenis van de sociaal democratie heen loopt. Zowel in binnen als buitenland. Verraad van de eigen leden, en de arbeidersklasse in zijn totaliteit.

We hebben intussen een eeuw van sociaal democratische politiek bekeken, en kunnen alleen maar concluderen dat de sociaal democratie, of het nu gaat om de PvdA, GroenLinks of de SP, op geen enkele wijze de belangen van de arbeiders voorop stelt. Integendeel, er is steeds opnieuw grote schade aangericht. Vanaf de Eerste Wereld Oorlog tot aan het loslaten van de 65-jarige pensioenleeftijd, en alles was daar nog tussen in valt, zien we alleen maar verraad, geschonden beloften en leugens. Laten we de fouten uit het verleden in maart niet opnieuw maken. Stemmen voor de sociaal democratie, in welke vorm dan ook, is stemmen voor de heersende klasse. Niet meer en niet minder. 

donderdag 1 februari 2018

GEVECHT OP LEVEN EN DOOD IN AFRIN

Het Midden Oosten is in de laatste weken weer een oorlog rijker geworden. Ongeveer ander halve week geleden, op 20 januari, vielen Turkse troepen Syrië binnen om oorlog te voeren tegen de Koerdische groepen die het grensgebied in handen hebben. Een gebied dat onderdeel is van Koerdistan, en jarenlang bezet was. De YPG, YPJ en de koepelorganisatie SDF hebben met steun van het westen, vooral Amerika, de gebieden verovert na bittere gevechten tegen de islamfundamentalistische IS. Nadat de IS was verslagen begonnen de Koerden met het opbouwen van een nieuwe toekomst. Eindelijk was weer een deel van Koerdistan vrij. Vanaf het begin was dit Turkije een doorn in het oog. Na maanden van dreigen maakte de Turkse dictator Erdogan vorige week ernst. Hij liet het gebied bombarderen en beschieten, en stuurde uiteindelijk grondtroepen.

Je zou denken dat de wereldgemeenschap deze agressie op zijn scherpst zou veroordelen, maar niets is minder waar. Er wordt over een breed front gezwegen, en sommige zeggen zelfs dat ze wel begrip voor Erdogan hebben. Daar hoort ook Nederland bij. Rutte is net bezig om de banden met Turkije te herstellen, en kan dus geen verdere problemen gebruiken. Voor Merkel in Duitsland geldt hetzelfde. Als er handelsbelangen en andere lucratieve dingen op het spel staan, wil men niets meer weten van mensenrechten. Oorlogshandelingen worden dan als normaal gezien, en de slachtoffers die daar bij horen ook. Opnieuw zien we het ware gezicht van “democratisch” Europa. Als de geldzakken rammelen, verdwijnen principes als sneeuw voor de zon. Dus hebben de Koerden vanuit Europa niets te verwachten. Dat was vroeger al zo, dat is nu zo, en zal altijd zo blijven zolang het gespuis dat zich Europese leiders noemt de dienst uitmaakt.

Maar laten we terug gaan naar het gebied waar het eigenlijk om gaat. Er doen verhalen de ronde dat Erdogan met de aanval begon nadat hij groen licht vanuit Rusland had gekregen. Het is maar de vraag of dat klopt. Er zijn geen Russische verklaringen waaruit dit blijkt, de enige aanwijzing is dat Russische troepen het gebied verlieten voordat de Turkse aanval begon. Maar dat bewijst nog niets. In feite ligt de schuld ergens anders. De Amerikanen hebben de Koerdische groepen gesteund en bewapend. Dit omdat de YPG en de YPJ de enige groepen waren die echt tegen de IS vochten. De Turken waren hier niet blij mee, maar deden niets omdat ze er vanuit gingen dat de Koerden het tegen de IS niet zouden redden. Het is al jaren een publiek geheim dat Turkije steun geeft aan groepen als de IS en Al Nusra. Maar bloedsultan Erdogan had pech, de Koerden scoorden een stevig overwinning tegen de jihadisten en het fundamentalistische complot kwam op dood spoor terecht.

De dictator was woedend maar aarzelde om in te grijpen door de Amerikaanse steun aan de Koerden. Dus bleef het bij dreigen en schuimbekken, tot Washington een provocatie bedacht. Men maakte bekend dat de Koerden in Afrin een grensbewakingseenheid zouden worden. Ankara dreigde meteen met militaire actie, maar de Amerikanen hielden vol. Het gevolg was de aanval van 20 januari. Onder normale omstandigheden zou je dan verwachten dat de Yanken de Koerden zouden steunen, immers dat doe je als bondgenoten in dit soort gevallen. Maar we weten natuurlijk al heel lang dat de Amerikanen geen bondgenoten willen maar slaven. Ze gebruiken hele volkeren, om ze weer te laten vallen als het hun uitkomt. Dat is ook nu weer gebeurd. Washington heeft geen vinger uitgestoken tegen de Turken, en heeft zelfs bekend gemaakt dat de Koerden geen wapens meer zullen krijgen. Het verraad is dus weer eens compleet.

Had de Koerdische leiding anders moeten handelen om dit soort dingen te voorkomen? Dat is moeilijk te zeggen omdat we alle afspraken en overeenkomsten niet kennen. Maar in de internationale machtspolitiek is het meestal wel zo dat onduidelijke situaties heel lang geaccepteerd kunnen worden. Het scheppen van feiten meestal niet. Voordat Amerika over de grensbewaking begon was de status van het gebied onduidelijk. Daar kon iedereen mee leven, hoewel in sommige gevallen met knarsende tanden. Maar toen er over een grensbewakingseenheid werd gesproken verdween de onduidelijkheid en leek een besluit te zijn gevallen die de status van het gebied voor lange tijd zou vastleggen. Dat ging net iets te ver, en het resultaat zien we nu. Het was beter geweest als de Koerdische organisaties het Amerikaanse plan hadden afgewezen. Het was immers niet in Koerdisch belang en zou alleen hebben gediend om de Amerikanen een permanente aanwezigheid te geven in Syrië, waar ze de oorlog dik hebben verloren. Als je met machtspolitiek bezig bent speel je naar twee kanten. Als je te veel partij kiest voor een bepaalde kant riskeer je problemen met de andere kant. Het is immers allemaal een spel. Jammer genoeg een dodelijk spel als je niet een van de groot machten bent.

Kan de zaak nog gered worden, en zijn de Turken te verslaan? Vast staat dat het laatste woord nog lang niet gevallen is. De Koerden kunnen het best zo snel mogelijk afstand van de Amerikanen nemen. Ook dat is een risico, maar een risico dat te overzien is. Het zou geen slecht idee zijn om nauwere banden aan te knopen met de Syrische leiding. Syrië wil geen Amerikanen en ook geen Turken op haar grondgebied, dus is er een duidelijk gelijkluidend belang. Daar komt nog bij dat samenwerking met de Syrische leiding ook indirect betere contacten met Rusland zal opleveren. Dat zou er nog wel eens toe kunnen leiden dat Erdogan in zijn eigen zwaard valt. Natuurlijk zijn dit geen tactieken waar je trots op kunt zijn, maar internationale politiek is nu eenmaal een smerig spel, en als je niet wilt verliezen moet je mee spelen. Alleen moet je er wel altijd voor zorgen dat je aan je eigen principes en rode lijnen vasthoudt. De Koerden hoeven met niemand rekening te houden. Immers wie houdt er rekening met de Koerden?

Dan het tweede deel van de vraag. Het antwoord hierop is duidelijk; zeker kunnen de Turken verslagen worden. De aanval is nu meer dan ander halve week aan de gang, en in feite heeft het Turkse leger nog geen meter terrein winst geboekt. De Koerdische milities vechten immers voor hun thuisland, en er is geen betere motivatie. Daar komt nog bij dat als het om vechtlust gaat iedere Koerd zeker 10 Turken waard is. Dat is in het verleden steeds opnieuw bewezen. Natuurlijk zijn er verliezen en wordt er veel schade aangericht, maar terug vechten is het enige antwoord op de Turkse agressie. De Turken zullen het zeker nog niet opgeven, maar uiteindelijk zullen ze over de grens teruggejaagd worden. Erdogan en zijn jihadistische bondgenoten denken intussen een soort wereldmacht te zijn. Afrin zal bewijzen dat dit een illusie is.

De Koerden zullen dus waarschijnlijk de strijd winnen, en hopelijk zal dit een vrij Koerdistan een stap dichterbij brengen. Maar er is ook nog een andere kant die zeker niet minder belangrijk is. Erdogan en zijn groene AKP fascisten spelen een cruciale rol in de complotten van de politieke islam om steeds meer invloed en macht te verwerven. De Koerdische strijders hebben steeds opnieuw de strijd aangebonden tegen deze figuren en hun verwerpelijke ideologie, en hebben steeds opnieuw gewonnen. Zij vechten niet alleen voor Koerdistan, maar voor ons allemaal. Het zou niet meer dan terecht zijn als ze hiervoor het respect en de bewondering krijgen, die ze zonder twijfel verdienen.

In heel Europa is er tegen de aanval op Afrin gedemonstreerd. Maar ook hier krijgen de Koerden te maken met repressie. In Keulen werd een demonstratie van meer dan 20.000 mensen voortijdig afgebroken omdat de politie “verboden” vlaggen zag. Een uitvloeisel van het onterechte Duitse PKK verbod. In Nederland demonstreerden meer dan 2.000 mensen in Amsterdam. Er waren verschillende Turkse provocaties waarbij de politie zich meestal tegen de Koerdische demonstranten keerde. Op een zeker moment trok een smeris zelfs zijn pistool. Er werd niet geschoten, maar het geeft wel een goed beeld van de mentaliteit. Daar komt nog bij dat in verschillende Nederlandse steden, waaronder Amsterdam en Utrecht, een anti-PKK boek in brievenbussen is gestopt. Het verwerpelijke boek komt uit de hoek van de AKP fascisten en beschrijft de PKK als goddeloos. Het is taal gebruik dat typisch is voor de politieke islam. De strijd is dus niet alleen in Koerdistan, maar ook hier. Waakzaamheid is geboden.


donderdag 25 januari 2018

FEBRUARI IN AMSTERDAM

Het is altijd een bijzondere tijd; februari in Amsterdam. Het is immers de maand van de Februaristaking van 1941. Maar niet alleen van de staking. Het is ook de maand van de vechtpartijen met de WA. Van de knokploegen in de Jodenhoek die hun buurt verdedigden tegen de aanstormende fascisten. Het was de maand van omgegooide marktkramen op de Nieuwmarkt en het Amstelveld, en fietsen door de ruiten van cafés en restaurants die weigerden de gehate bordjes op te hangen waarmee Joden buiten de deur werden gehouden. En natuurlijk was het ook de maand van de gruwelijk razzia’s die uiteindelijk de Februaristaking tot gevolg hadden. En nu; tientallen jaren later is het nog steeds de maand van de herdenking op het Jonas Daniel Meijerplein.

Een herdenking die na de oorlog ook tot een traditie werd. Een traditie waar vele duizenden aan mee deden en trouw bleven aan de principes die de stakers hadden getoond. Die herdenking is er nog steeds, ieder jaar op 25 februari. We weten natuurlijk al lang dat de politieke lading, die de herdenking altijd had, voor het grootste deel is verdwenen. Jarenlang zijn revisionisten en zogenaamde historici bezig geweest om de ware inhoud van de staking weg te poetsen, op te bergen, en uit te vegen. Het is ze voor grote delen gelukt. De CPN, de partij die de staking organiseerde, wordt nauwelijks meer genoemd. Er wordt beweerd dat het een spontane actie was, die zo maar ontstond. Compleet ontkennen kunnen ze de rol van de CPN (nog) niet, maar ze komen wel steeds dichter bij hun doel. Helemaal willen ze de staking niet loslaten omdat het de enige actie tegen de Jodenvervolging was die Nederland rijk is. Dus moet de staking de collaboratie camoufleren die de deportaties later in de oorlog zo makkelijk maakte voor de Duitsers. Daarom, en alleen daarom, doet men zo’n moeite om zich de staking en haar tradities toe te eigenen.

De herdenking heeft dus praktisch geen politieke lading meer. Een lading die de stakers wel hadden en die velen het leven heeft gekost. Hetzelfde geldt trouwens voor veel andere herdenkingen die met de oorlog te maken hebben. Als we nu naar de Februaristakingherdenking gaan, of het op een andere manier volgen, missen we die lading. Maar dat is niet alles. Er mist ook nog iets anders. Het is niet zichtbaar, maar wel voelbaar. Er is een leegte, iets wat al jaren niet meer opgevuld wordt. Uiteindelijk kom je er achter dat het de ooggetuigen zijn die we missen. De mensen die het zelf hebben meegemaakt, en konden vertellen hoe het was geweest. Als je zo’n 20 tot 30 jaar geleden naar de herdenking ging hoorde je die verhalen. Je hoefde er niet om te vragen, ze kwamen gewoon, overal om je heen. Sommigen waren heel trots dat ze hadden meegedaan, en ze verdedigden de denkbeelden en de staking met een vurig betoog. Anderen zeiden dat ze er spijt van hadden omdat het de vervolging niet had tegengehouden, maar wel veel levens had gekost. Weer anderen kwamen gewoon om hun gevallen kameraden te eren, of de buurman die zelf niet meer kon komen. Zo veel verhalen, zo veel belevenissen.

Dat kwam je ook bij andere herdenkingen tegen, en ook daar is intussen een groot gat gevallen. Maar de herinneringen zijn er nog wel. Bij een herdenking in Amersfoort zei een man dat hij nooit het Verzetsherdenkingskruis had aangevraagd, terwijl hij er wel recht op had. “Ik vraag niets aan. Ze moeten hem geven, anders houden ze het maar. Als ik er om moet bedelen heeft het voor mij geen waarde meer”. En dan was er die vrouw bij een Joodse Shoa herdenking in de Hollandsche Schouwburg. Ze zei tegen haar man dat ze niet op zou staan als het Wilhelmus werd gespeeld. Haar man zei dat het fatsoenlijker was om het wel te doen, ook al zou ze niet mee zingen. Maar de vrouw bleef standvastig: “Waarom zou ik opstaan voor dat lied van die oranjes? Die lui waren niet eens hier toen het allemaal gebeurde. Ze hebben ons gewoon in de steek gelaten.” Het Wilhelmus werd ingezet, en de vrouw bleef stijf zitten. Ze keek trots om zich heen met een laaiend vuur in haar ogen. Dat zijn de momenten die we nu missen.

Terug naar februari en het oude plein met de Dokwerker. Toen de ooggetuigen minder werden, of niet meer konden, kwamen er andere verhalen. Over de enorme opkomsten in voorbije jaren. Dat je vaak uren moest wachten om langs het beeld te kunnen lopen, meestal in de vrieskou. “Maar we blijven staan, want onze jongens bleven ook staan toen ze tegenover de moffen stonden.” Dat er ooit twee herdenkingen waren, een van de CPN en een van de gemeente. De spanning was dan te snijden. Intussen horen we ook die verhalen niet meer, want de opkomst is veel lager dan vroeger, en de meeste mensen die deze tijden, kort na de oorlog, hebben meegemaakt zijn er meestal ook niet meer. Als we nu naar de herdenking kijken zien we dat alles wat los en vast zit er bij wordt gehaald, maar dat gelijktijdig de band met de stakers en de vervolgden nauwelijks nog zichtbaar is. Het is nog steeds een waardige herdenking, maar het bijzondere, precies dat wat je altijd raakte, is er niet meer. We horen sprekers met lege woorden, NIOD figuren die toch net op tijd nog weer een foto hebben ontdekt, en journalisten die even een middagje Februaristaking “doen” zonder echt gevoel voor het onderwerp, en met gebrekkig historisch besef. Eigenlijk heeft dit alles weinig meer van doen met de mensen die toen staakten. Waar zij voor stonden, en waarom ze het deden komt niet of nauwelijks meer aan bod. Zo als gezegd, de revisionisten hebben hun werk goed gedaan, hoewel het verstrijken van de tijd natuurlijk ook een rol heeft gespeeld.

Toch is niet alles verloren. Als je tegen het einde van de dag, als de schemering zijn intrede doet, door de straten van de oude Jodenbuurt loopt, of als je in de buurt van de tramremises komt waar de stakers weigerden uit te rijden, of even stil blijft staan op de Noordermarkt, dan gaan de schimmen leven. Dan besluipt je een vreemd gevoel dat er toch een soort aanwezigheid is. De geest van de mannen en vrouwen die hier ooit hun strijd voerden, of door de bezetter werden weggerukt, is er nog steeds. Het is een gevoel van koude rillingen, maar gelijktijdig ook vertrouwen. Vertrouwen dat de geest van toen niet verloren is gegaan, en de principes die er bij hoorden ook niet. Dat er nog steeds inspiratie vanuit kan gaan, en dat we er nog steeds van kunnen leren. Op zulke momenten is de band met de mensen van toen sterker dan bij welke herdenking dan ook. In die straten, en op die plekken is gewoon te veel gebeurd. Daarom zullen de onzichtbare getuigen ook altijd op die plekken blijven. Niet alleen in februari, maar elke dag, en alle jaren weer.

Als we spreken over de geest van de Februaristaking dan hebben we het over deze mensen, de mensen van toen, niet over de nietszeggende figuren die nu de herdenking, en ook vele andere herdenkingen, in handen hebben. Met hun nietsontziende haast om alles te moderniseren en aan te passen aan deze tijd, hebben ze de mensen waar het eigenlijk om gaat buitengesloten. Dat zal in de komende jaren alleen maar meer en erger worden. Gelukkig dus dat er nog plekken zijn waar we even stil kunnen staan bij de mensen die toen staakten. En ook bij de mensen die niet heel lang daarna met duizenden werden weggevoerd. De man die met sinasappelen liep, de vrouw achter de kraam in de Vissteeg, en de oud ijzerhandelaar op het Waterlooplein. Het Joodse proletariaat van Amsterdam. Om dit alles moet het gaan, en nergens anders om.


Februari in Amsterdam is al weer vlak bij, en het zal toch weer een bijzondere tijd zijn. Alleen op een andere manier dan veel mensen tegenwoordig denken. “Amsterdam huilt”, zong Zwarte Riek ooit. Een lied om nooit te vergeten, omdat het in zijn eenvoud precies tot de kern van de tragedie doordrong. Amsterdam huilt nog steeds, alleen is het door het lawaai van de moderne tijd wat moeilijker te horen. Dan moet je tegen het einde van de dag naar de Rustenburgerstraat, de Nieuwmarkt of de Lekstraat. Daar klinkt het of het allemaal gisteren was. Op die plekken stil staan, en even luisteren, dat is pas het echte herdenken. En daar kan gelukkig niemand aan komen.