donderdag 29 november 2012

Heeft herdenken toekomst?

Steeds vaker komt het voor dat er consternatie ontstaat over hoe we de doden uit de Tweede Wereld Oorlog herdenken. Ondanks het feit dat opinieonderzoeken aangeven dat de meerderheid van de bevolking het nog steeds nuttig en noodzakelijk vindt om te herdenken, wordt er duidelijk achter de schermen aan de herdenkingen gesleuteld. Er zijn in de laatste jaren een aantal incidenten geweest die dit ook aangeven. Ten eerste hebben de autoriteiten in de vorm van het 4/5 Mei Comité besloten dat de herdenkingen niet alleen meer de Tweede Wereld Oorlog beslaan, maar ook andere conflicten. Onder deze conflicten vallen bij voorbeeld de politionele acties in Indonesië, de oorlog in Korea en ook de vele zogenaamde vredesmissies.

Dit is in feite de eerste stap geweest op een steeds gladder wordende helling. In theorie mag het mooi klinken om iedereen te herdenken die in conflicten zijn gevallen, maar dat gaat voorbij aan de zin van de originele herdenkingen. De Tweede Wereld Oorlog was geen conflict maar een algemene menselijke ramp die voortkwam uit de imperialistische doelen van een aantal verschillende staten. Het fascisme was de aanstoker van deze oorlog, en daarom ook werd het een bevrijdingsoorlog tegen het fascisme. Precies aan dit feit mag nooit voorbij gegaan worden. Deze oorlog was heel anders van karakter dan de conflicten die er intussen zijn geweest en daarom ook is het van belang om juist deze oorlog en haar slachtoffers te blijven herdenken.

Maar de autoriteiten hebben duidelijk een ander idee. Steeds opnieuw worden proefballonnetjes opgelaten om te zien of het mogelijk is de herdenkingen te verbreden en te veranderen zodat het karakter van de Tweede Wereld Oorlog meer naar de achtergrond verdwijnt. Een voorbeeld is dat afgelopen 4 Mei bijna een gedicht over een dode SSer op De Dam in Amsterdam werd voorgelezen. Pas nadat een aantal organisaties dreigden de herdenking te boycotten werd het gedicht teruggetrokken. Dan was er de geschiedenis in Vorden waar een eigenwijze burgermeester het onzalige idee kreeg om op de 4de Mei ook Duitse soldaten te herdenken. Joodse organisaties waren gedwongen om dit via de rechter te voorkomen. Ondanks dit alles wil de burgemeester in beroep gaan tegen de beslissing van de rechter, die het herdenken van Duitse soldaten verbood.

Het toppunt van dit alles werd recentelijk in Geffen bereikt. Daar was een idioot, er is geen ander woord voor te vinden, op het idee gekomen om op een nieuw oorlogsmonument de namen van Duitse soldaten te vermelden naast de namen van de slachtoffers. Als of er geen verschil bestond. Het idee was dat eigenlijk iedereen die was omgekomen slachtoffer van de oorlog was. Het noemen van al de namen moest verbroederen. Daar heb je dat woord weer. Weer kwam er een storm van protest, vooral uit Joodse hoek en de gemeente moest bakzeil halen. Het monument staat er nu zonder de namen. Maar ook dit incident kreeg nog een staartje. Een priester had tijdens een kerkdienst de brutaliteit om toch alle namen voor te lezen tijdens een dienst zonder onderscheid tussen slachtoffers en daders. Uiteindelijk was het bisdom gedwongen om excuses aan te bieden voor het onacceptabele gedrag van de man.

Zo zien we hoe de vervlakking toeslaat. Het zijn ook geen incidenten meer. Er is duidelijk een regie die aangeeft dat we geen verschil meer moeten maken. Iedereen die omkwam moet als slachtoffer worden gezien, schijnt de denkwijze te zijn. Blijft de vraag waarom? Er zijn verschillende verklaringen mogelijk. Ten eerste is het duidelijk dat het systeem de ideologische kant van de Tweede Wereld Oorlog naar de achtergrond wil dringen. Dat doe je door alleen nog maar slachtoffers te zien en geen daders. Immers als er daders zijn wil je weten hoe die tot hun daden zijn gekomen. Dat het fascisme hier achter zat wil men in het vergeetboek laten verdwijnen. Het systeem is een meester in  geschiedvervalsing. Als Communisten maken we dat al sinds 1945 mee. Alleen onder dwang wordt de rol van de CPN in het verzet genoemd. Als het echt niet anders kan, en vaak dan nog wordt het in het negatieve getrokken.

In wat er nu aan de hand is nemen de Nederlandse autoriteiten de tactiek over die in Duitsland de laatste jaren erg populair is geworden. Kort na de oorlog zwegen de Duitsers alles dood. Ze gaven wel toe dat er dingen waren gebeurd, maar zelf wisten ze daar niets van dus waren ze ook niet verantwoordelijk. Er kon dus maar beter over gezwegen worden. In de laatste 20 jaar gaat het anders. Ze willen tonen dat ze het verleden wel degelijk aan het verwerken zijn en in plaats van zwijgen laten ze alle gruwelijkheden van de oorlog zien. Maar dan wel van beiden kanten. Het commentaar is dan dat het vreselijk is wat er is gebeurd en dat het nooit meer mag gebeuren. Maar dat er verschil is tussen daders en slachtoffers wordt minimaal benoemd. Eigenlijk wordt iedere gevallene als slachtoffer gezien. Dat iemand voor dit alles verantwoordelijk was en de eerste stappen had gezet blijft op de achtergrond. En als er al een dader wordt benoemd is het de Hitlerkliek zelf, die allemaal al lang dood zijn en dus makkelijk weg te zetten als de misdadigers, die ze natuurlijk waren. Dat anderen ook schuld hadden wordt niet gezegd.

Nederland probeert nu een beetje hetzelfde te doen. Dingen als vrijheid en verbroedering worden abstract gemaakt zodat het ware karakter van de oorlog buitenschot blijft. Een tweede verklaring zou kunnen zijn dan men af wil van het beeld van oorlog als een verschrikking. Door de crisis en het mislukken van het Euro project wordt er ook binnen Europa weer een verhoogde concurrentiestrijd gevoerd. In een eerder artikel spraken we al over onderdrukte en onderdrukkende landen. Het is niet zo moeilijk om dit soort praktijken weer tot een oorlog op te drijven. Ook het toenemende nationalisme kan daarin een rol spelen.

Het juiste standpunt in dit alles is om de vastgestelde vorm van de herdenkingen te handhaven en de herdenkingen te beperken tot de Tweede Wereld Oorlog. Ander conflicten kunnen op andere wijzen en andere dagen worden herdacht. Het fascisme, de moord op 6 miljoen Joden, de enorme offers van de Sovjet Unie en de ongelooflijke vernietiging maken de Tweede Wereld Oorlog tot een uitzonderlijke oorlog, die ook op uitzonderlijke wijze herdacht moet worden. Gelijktijdig is het een waarschuwing aan alle oorlogshitsers en het systeem in het algemeen. Wij zullen nooit meer accepteren dat de mensheid door het imperialisme op dergelijke wijze wordt afgeslacht. Dat moet de kern zijn van het herdenken en ook het voeren van oppositie tegen nieuwe conflicten die door het systeem worden uitgelokt en opgevoerd als noodzakelijk. De enige noodzaak is het verdwijnen van het imperialisme, dan verdwijnen ook de conflicten en oorlogen. Herdenken heeft dus toekomst, maar alleen als we het op de juiste en gepaste wijze doen.

donderdag 22 november 2012

Koerdische hongerstaking gestopt zonder resultaat

De hongerstaking van Koerdische gevangenen in Turkse gevangenissen is voorbij, 67 dagen nadat de actie begon op 12 september. Het einde kwam na een oproep van de Koerdische leider Abdullah Öcalan, die zelf sinds 1999 gevangen zit op het eiland Imrali. Hij deed de oproep nadat hij bezoek had gehad van zijn broeder, Mehmet. Iedereen die de Ierse hongerstakingen van de jaren 80 heeft meegemaakt, kan alleen maar opluchting voelen als er een hongerstaking ten einde gaat zonder dat er dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Toch moeten we bij het einde van deze hongerstaking enige kanttekeningen plaatsen, die van belang zijn voor toekomstige acties. Het is nodig om even goed te kijken naar de woorden van Öcalan die uiteindelijk een einde aan de actie maakten.

Abdullah Öcalan zei dat hij het wapen van de hongerstaking niet de juiste manier vindt om eisen af te dwingen. Verder zei hij dat hongerstakingen eigenlijk buiten de gevangenissen moeten plaats vinden en dat de staking nu gestopt kon worden omdat het doel bereikt was. Ten eerste is het vreemd dat de Koerdische leider nu de hongerstaking afkeurt als actievorm, want de PKK heeft sinds haar ontstaan regelmatig gebruik gemaakt van hongerstakingen, vooral in de gevangenissen. De eerdere acties moeten de goedkeuring van Öcalan hebben gehad, want hij heeft nooit iets gedaan om deze actievorm uit te bannen. Integendeel. Ten tweede is het onzinnig om te zeggen dat hongerstakingen niet in de gevangenissen plaats moeten vinden, maar juist daarbuiten. Dit is zeker geen revolutionair standpunt.

Als revolutionair buiten de gevangenis probeer je zo lang mogelijk in leven te blijven, en ook in goede conditie omdat je op die manier je vijanden het beste kunt bestrijden. Op geen enkele manier ga je jezelf ondermijnen of verzwakken, wat tijdens een hongerstaking gebeurd. Hongerstaken buiten de gevangenis doe je niet omdat je heel veel andere manieren hebt om je vijanden onder druk te zetten of aan te vallen. In de gevangenis ligt dit natuurlijk anders. Er kunnen omstandigheden zijn die actief verzet nodig maken en dan is de hongerstaking, naast de opstand, het enige alternatief. Je hebt immers geen andere wapens. Het enige wapen dat je tot je beschikking hebt is je eigen lichaam. Dat kun je onder bepaalde omstandigheden inzetten. Bijvoorbeeld als het regime in de gevangenis zo onmenselijk is dat strijd voor verbetering nodig is. De eis in Ierland was dat gevangenen als krijgsgevangenen en niet als criminelen werden behandeld. Dat was een rechtvaardige eis, die uiteindelijk ook werd ingewilligd.

In het geval van de Koerdische hongerstaking moet je je afvragen of de actie echt gerechtvaardigd was. De eisen waren eigenlijk heel breed; Abdullah Öcalan moest weer bezoek van zijn advocaten mogen ontvangen, er moest meer acceptatie van de Koerdische taal komen en de gevangenisomstandigheden moesten worden verbeterd. De laatste eis zou een hongerstaking rechtvaardigen, onder bepaalde omstandigheden, maar de eerste twee eisen zeker niet. Van de eisen is er geen enkele echt ingewilligd, dus hoe Abdullah Öcalan kan beweren dat het doel gehaald is valt niet te verklaren. Daar komt nog bij dat de eerste eis ook niet met de realiteit overeen komt. Het was immers op 17 november niet de eerste keer dat Öcalan bezoek kreeg van zijn broer. Mehmet Öcalan was ook al in september op Imrali. Van een totale isolatie was dus geen sprake meer.

Voor alle duidelijkheid; het is juist dat de hongerstaking nu voorbij is en dat er geen dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Maar de vraag is wel waarom al deze offers nodig waren, als de actie zo snel zonder resultaten kan worden afgeblazen. Want laat er geen misverstand over bestaan, een langdurige hongerstaking is een lijdensweg die moeilijk te beschrijven is aan iemand die het niet van nabij heeft meegemaakt. Zelfs nu dat de staking voorbij is zullen veel van de hongerstakers grote lichamelijke schade hebben opgelopen. Organen worden aangetast en sommige beschadigingen komen pas jaren later aan het licht. Dat is de bittere waarheid voor iedereen die ooit aan een langdurige hongerstaking heeft deel genomen.

We moeten vaststellen dat het wapen van de hongerstaking in de laatste jaren zijn scherpte heeft verloren. De autoriteiten negeren deze actievorm meer en meer en ook de pers, landelijk en internationaal, heeft steeds minder interesse. De grote offers van de hongerstakers zijn dus steeds vaker voor niets. Dit geldt nog meer als de autoriteiten gaan denken dat hongerstakingen niet meer tot het einde worden voortgezet. Ze kunnen dan rustig achterover leunen en afwachten.

De conclusie moet zijn dat er heel voorzichtig en spaarzaam met het wapen van de hongerstaking moet worden omgesprongen. Meer onbezonnen acties zullen de schade alleen maar groter maken en nog meer schade aanrichten bij de mensen die aan de actie deelnemen. Voor de hongerstaking moet in feite hetzelfde gelden als voor de gewapende strijd in het algemeen. Je gaat de confrontatie alleen aan als je ook daadwerkelijk een kans hebt om een overwinning te behalen. Zonder deze kans is het alleen een verspilling van revolutionaire levens.

donderdag 15 november 2012

Hoogheid Bierbuik

Ingezonden door Piet van den Bovenkamer

Hebt u zich ook afgevraagd waarom de recente kabinetsformatie anders verliep dan we gewend zijn? Ik wel. U weet nog wel, in de eerdere formaties speelde de koningin altijd een grote rol. Tenminste ze zorgde voor thee en koekjes na een drukke dag formeren. Over deze versnaperingen werd dan de voortgang besproken en kon Bea nog wat doorslaggevend advies geven. Als de ploeg er dan eenmaal stond was er de beëdiging achter gesloten deuren. Weer lekker informeel voor dat er een bezoek gebracht werd aan het tochtige bordes. Nu was het anders, Bea mocht vanaf een afstand toekijken en zelfs de beëdiging moest tegen haar wil op TV worden uitgezonden. Er was dus duidelijk aan het script gesleuteld. Dit op orders van de Tweede Kamer. Bij zoveel veranderingen op een rij ga je je afvragen wat daar achter steekt. Vandaag kan ik een tipje van de sluier oplichten.
Laatste zat ik in een restaurant in Den Haag. Geen dure tent natuurlijk, daar kan mijn proletarische begroting niet tegen. Maar ik zat dus daar en het toeval wilde dat aan de tafel naast me twee types van de RVD zaten. U weet wel de Rijks Voorlichtingsdienst. De ene man was al wat ouder en had blijkbaar de nodige ervaring. De tweede zag er als een nieuwe rekruut uit, en de oudere was bezig hem een beetje wegwijs te maken. Ik geef het gesprek hier nu even weer, de jonge man is A en de oudere B (klinkt samenzweerderig, niet?):

A: “Men heeft hare majesteit wel drastisch buiten de kabinetsformatie gehouden. Ik heb wel een beetje medelijden met haar. Het moet toch niet makkelijk voor haar zijn.” B: “Maar beste jongen, daar hoef je je echt geen zorgen over te maken. Dat hebben we zelf zo geregeld. In belang van de toekomst, begrijp je?” A: “Hoe zo de toekomst, en ik dacht dat het een besluit van de Tweede Kamer was. Iets met transparantie, of zo.” B: “Tja, dat denkt de Tweede Kamer zelf ook. We moeten ze ook lekker in die waan laten. Maar het was toch echt ons idee.” A haalt ongeduldig zijn schouders op. “Nu snap ik er helemaal niets meer van. Waarom zouden wij dat zo regelen, een beetje Bea pesten misschien?”
B moet onbedaarlijk lachen. “Wel nee, domoor, Bea heeft er eigenlijk helemaal niets mee te maken. Ga er maar even rustig voor zitten, dan leg ik het je uit. Kijk, het tijdperk Bea ligt bijna achter ons. Ze zal nog wel even doorsukkelen, maar de verandering zit al in de lucht. Dan komt Hoogheid Bierbuik op de troon.” A kijk verrast: “Noemen jullie de kroonprins nog steeds Bierbuik, ik dacht dat dit al lang was afgeschaft.” B schuift even op zijn stoel heen en weer. “Wij van de RVD zijn een conservatief en ouderwets clubje, als iemand bij ons eenmaal een etiketje heeft blijft dat heel lang plakken. Maar goed, ik zei dus dan komt Hoogheid Bierbuik op de troon. Op zich is dat geen probleem, maar we moeten er wel voorzichtig mee omgaan.”

A rolt van de ene verbazing in de anderen: “Vertrouwen jullie hem dan niet. Hij lijkt me wel een geschikte keer. Ook menselijk en zo, gooit met WC potten op Koninginnedag. Dat is toch leuk voor het publiek?” B: “Over die WC potten wil ik het maar niet hebben, daar is al genoeg shit over geweest. Maar het is wel zo’n voorbeeldje. De man is gewoon oliedom. Een toekomstige koning doet dit soort dingen natuurlijk niet. Totaal onacceptabel. Maar daarin ligt niet het echte probleem. Het gaat veel meer om die blonde flamingo prinses.” A verslikt zich bijna in zijn kotelet. “Maxima, wat is er dan mis met haar?” B schudt vermoeid zijn hoofd. “Je begrijpt ook helemaal niets. Ik zeg je net dat Hoogheid Bierbuik oliedom is. Maar voor iedere hersencel die hij mist heeft zij er twee extra. En het ergste is dat ze ze nog gebruikt ook. Dit koekoeksei hebben we nog aan Bernhard te danken, die oude SSer.”
“Deze Maxima is niet alleen namaak blond, ze is ook een namaak engel. In werkelijkheid bemoeit ze zich overal mee, en ze wil ook overal aan draaien. Precies die Bernhard, die dacht ook dat hij van Nederland een bananenrepubliek kon maken. Daar heeft Drees, op onze orders, nog een stokje voor gestoken. Nu is het onze taak om ook deze indringer onschadelijk te maken. Daar zijn we nu mee bezig.”

A veegt zijn mond af. “Maar wat heeft dat dan met de formatie te maken, dat snap ik nog steeds niet.” B: “Kijk, we kunnen niet toestaan dat Hoogheid Bierbuik zich met de politiek gaat bemoeien. Want pal achter hem zit zij, sturen van de achterbank, noemen we dat. Dat zou echt niet in het landsbelang zijn. Te meer ook omdat zij nog regelmatig contact opneemt met pappie in Argentinië. En je weet wat voor overtuiging hij er op na houdt. We houden hem in de gaten, hoor. Hij is geen spat veranderd. We willen dus niet dat Blondie en pappie invloed krijgen op het beleid van ons mooie vaderlandje. Daarom zijn we al vast begonnen om de macht een beetje weg te halen. Niet om Bea, maar om wat daarna komt.”
“Als we dat gaan doen als hij eenmaal op de troon zit, schreeuwt hij moord en brand, en zij wordt natuurlijk helemaal hysterisch. Dat willen we niet, dus trekken we het kleedje nu al vast onder de voeten weg. Tegen de tijd dat hij dan de troon bestijgt, mag hij blij zijn dat hij nog een stoel heeft om op te zitten. Hij zal dus een doos zonder inhoud erven. We kunnen dan heel eenvoudig zeggen dat dit allemaal al in de tijd van zijn moeder is gebeurd, en dus met hem niets te maken heeft.” B kijkt zijn jonge collega tevreden aan. “We mogen bij de RVD een ingedut zootje zijn, maar we zitten zeker niet te slapen.” A knikt begrijpend. “Ik snap nog een ding niet. Waarom denkt de Tweede Kamer dat zij dit hebben veranderd, en dat gedoe met die eed ook.” B grinnikt.

“In alle fracties hebben we onze mannetjes, of vrouwtjes, natuurlijk. Als we iets willen spreken we dit clubje aan. Zij doen dan de rest en kunnen ook nog beweren dat ze het zelf hebben bedacht.” A begint nu te glimmen. “Briljant, ik dacht niet dat onze macht zo ver kon reiken.” B: “Je zit op de goede plek, jongen. Ze hebben het wel eens over de macht achter de troon, nou wij zijn de macht achter alles. Een het leuke is dat niemand dit in de gaten heeft. Als er iets gebeurd geven ze toch de AIVD de schuld.” A: “Ik kan niet wachten om aan de slag te gaan. Macht smaakt naar meer.” B: “Reken maar van Jetje. Ik heb mijn portefeuille in het paleis laten liggen, reken jij even af?”

Zo zit het dus. Zeg niet dat u niet gewaarschuwd bent.
Met genoegen,

Piet van den Bovenkamer
P.S. Misschien moeten we de RVD in het vervolg maar de Rijks Verduisteringsdienst noemen. 

donderdag 8 november 2012

Rutte II – niet meer dan een tussenstation

Het tweede kabinet Rutte is van start gegaan als uitkomst van de verkiezingen van 12 september. De VVD en de PvdA zijn er vrij snel en zonder veel problemen uitgekomen, dus word het nu tijd om te kijken welke houding wij tegenover deze regering moeten aannemen. Eerst moeten we even terughalen wat ook weer de inzet was voor de verkiezingen. Er waren een aantal prioriteiten. Ten eerste was het belangrijk om te voorkomen dat er een extreem rechts kabinet van VVD en PVV zou komen. Het zogenaamde Bruin II. Verder moest de PVV een flinke deuk krijgen. Als laatste was het belangrijk dat de Kunduz coalitie geen kans zou krijgen om te regeren. We weten immers allemaal nog wat voor maatregelen zij in petto hadden. Al deze prioriteiten hebben we zonder meer gehaald.

Een andere prioriteit was dat een linkse partij de grootste zou worden, en daarom hebben wij het advies gegeven om PvdA of SP te stemmen. Dit is niet gelukt; de PvdA werd tweede en de SP maakte pas op de plaats. Van een linkse meerderheid was natuurlijk helemaal geen sprake. We kunnen dus zeggen dat we niet alles hebben gehaald, maar dat we in ieder geval hebben voorkomen dat de heersende klasse haar meest radicale honden kan loslaten. Nu dus Rutte II. Op zich zitten er een aantal maatregelen in het pakket die goed zijn voor de mensen die het in de laatste jaren het zwaarst hebben gehad. Eindelijk wordt er weer een poging gedaan om de inkomensverschillen te verkleinen, hoewel we nog moeten afwachten of dit ook daadwerkelijk iets gaat opleveren. En solidariteit is weer een woord dat gebruikt mag worden. Dat het nog steeds een beleid van crisispolitiek en bezuinigingen is valt niet te ontkennen. Maar het feit dat veel meer dingen nu inkomensafhankelijk worden is een stap vooruit. Eindelijk worden de grootverdieners aangesproken op hun verantwoordelijkheid.

Natuurlijk zijn ze daar niet blij mee en het gekrijs uit VVD kringen over de nieuwe zorgpremies heeft veel aandacht getrokken. Toch is het juist dat zij die meer dan 140.000 euro mee naar huis nemen stevig betalen voor zorg. Mensen met een laag inkomen hebben al jarenlang meer dan 10 tot 20% van hun inkomen aan zorgpremies moeten betalen, wat pure diefstal was. Ook de veranderingen in de hypotheekrenteaftrek zijn juist en zeker welkom. Maar daar staat tegenover dat de WW korter zal duren en dat veel belangrijke voorzieningen wegbezuinigd zullen worden. Als we de balans van dit alles opmaken kunnen we zeggen dat het allemaal veel erger had kunnen zijn. De PvdA heeft de VVD op een aantal terreinen het mes op de keel gezet en dat was juist. Wat ook duidelijk vastgesteld kan worden is dat de SP het echt niet beter had gedaan als deze partij de grootste linkse partij was geweest. De SP is niet eens in staat gebleken om een behoorlijke verkiezingscampagne te voeren. In onderhandelingen met de VVD of wie dan ook was er al helemaal niets van terecht gekomen.

We kunnen dus vaststellen dat er onder de huidige omstandigheden en binnen het huidige systeem niet meer te halen was dan dat nu het geval is. Hoe moeten we nu om gaan met dit kabinet? Net als Lenin ons heeft geleerd moeten we slim te werk gaan, kritisch kijken en vasthouden aan onze principes. De maatregelen die ten gunste uitvallen van de Nederlandse arbeidersklasse zullen we steunen. Maar maatregelen die onze rechten en verworvenheden aantasten zullen we met alle middelen bestrijden. Overigens moeten we niet denken dat de komende jaren zonder strijd zullen verlopen omdat er nu een soort meerderheidskabinet van nationale eenheid zit. Als we goed om ons heen kijken zien we de strijd, nationaal en op Europees niveau, overal al aankomen. In heel Europa is verzet aan het ontstaan tegen de crisismaatregelen van de Europese heersers. Er wordt zelfs als gesproken over een Europa wijde algemene staking op 14 november. Ook de Nederlandse arbeiders zullen hard getroffen worden door het Euro geknoei van Merkel en Co. Dat vraagt dus om een antwoord, en zo’n antwoord moeten we echt niet van het nieuwe kabinet verwachten. Zo als altijd zal de echte strijd op straat worden uitgevochten en niet in de parlementen.

We moeten Rutte II als een tussenstation zien. Een werkelijke verandering van de maatschappij is van deze regering niet te verwachten. Er zullen wat dingen veranderen, en sommige zullen ten goede zijn. Maar het blijft gekriebel in de marges. Partijen die binnen het kader van het systeem werken kunnen nooit een oplossing bieden voor de huidige problemen.
Rutte II zal de banken zeker niet ter verantwoording roepen voor hun criminele activiteiten, al wordt er beweerd dat er meer controle komt.. Ook zal dit kabinet niet de strijd aan gaan met Brussel en de failliete kliek rond Merkel. Nog steeds zal de rekening bij de gewone burger terecht komen. Alleen wat anders verdeelt. Het zal zeker zo zijn dat de PvdA leiding de beste intenties heeft, maar zonder het loslaten van het kapitalisme is het een strijd die alleen verloren kan worden. Een tussenstation dus om erger te voorkomen.

We moeten opnieuw onder ogen zien dat tijdens de laatste verkiezingen en ook in het nieuwe parlement, geen enkele partij op de bres staat voor de rechten en de wensen van de arbeidersklasse. De werkend mensen mogen weer jaren betalen en zwijgen. Maar dit hoeft niet zo te zijn. In de komende jaren zal nog duidelijker worden dat Nederland een revolutionaire partij nodig heeft die de weg vrij maakt naar een socialistische maatschappij. De antwoorden liggen buiten het huidige systeem en de huidige logica. Iedereen kan dit zelf zien. Daar is geen politieke indoctrinatie voor nodig.
De tijd van het kapitalisme is bijna afgelopen. De steunpilaren van het systeem kunnen alleen nog maar tijd rekken. Maar ook dat zal op den duur niet helpen. Voor ons is belangrijk dat we ons zelf organiseren en terugvechten. En wij niet alleen, we zullen deze strijd voeren samen met onze strijdmakkers in heel Europa. De opstand is al lang begonnen, alleen de machthebbers willen dit niet zien. Maar de dag zal heel snel komen dat ze de ogen niet meer sluiten kunnen en de terugtocht moeten aanvaarden. Daarom blijft ons motto: organiseer en sla terug! Nu meer dan ooit!

donderdag 1 november 2012

Keert Amerika het Midden Oosten de rug toe?

Er zijn conflicten in de wereld die nooit opgelost lijken te worden. Neem bijvoorbeeld het conflict tussen Israel en de Palestijnen en de Koerdische kwestie. Beiden zijn langlopende brandhaarden die door het kapitalisme niet worden opgelost, maar wel als militair testgebied gebruikt. Vooral in het conflict tussen Israel en de Palestijnen kunnen we spreken van verdrukkende Amerikaanse inmenging. Toch lijkt hier de laatste jaren wat verandering in te komen. Niet dat een oplossing dichterbij is, maar er is een andere Amerikaanse handelswijze zichtbaar die de moeite waard is om bij stil te staan. Voor links is dit belangrijk omdat het conflict in het Midden Oosten een verscheurende werking heeft gehad.

Laten we eerst even terugkijken. Het is een vaststaand feit dat het Joodse volk een enorme invloed heeft gehad op de linkse beweging. Dit geldt zowel voor het Marxisme-Leninisme als ook de sociaal democratie. De meeste leiders en ideologen van beide stromingen hadden een Joodse achtergrond en dat heeft ook een grote invloed gehad op de ideologie op zich. Daar komt nog bij dat er in Oost en Midden Europa een grote Joodse socialistische beweging was die Der Bund heette. Deze organisatie had een massa aanhang onder het Joodse proletariaat. Toen in 1948 Israel ontstond werden deze invloeden meegenomen naar het beloofde land en jarenlang kende Israel een socialistisch systeem, waarvan de Kibboetsbeweging de meeste bekende uitdrukking was, maar zeker niet de enige. De pioniers die het land groot maakten hadden voor een groot deel een socialistische achtergrond en geloofde in gemeenschappelijk bezit.
Pas veel later, met het ontstaan van de rechtse Likud, maakte Israel een ruk naar rechts. Toch zijn er nog veel sporen van het linkse verleden terug te vinden en ook de sterke vakbondstraditie is gebleven. Ook bestaat de Kibboetsbeweging nog steeds. De ruk naar rechts werd door twee zaken beïnvloed. Ten eerste werd Israel in het Midden Oosten alleen gesteund door Amerika, en als prijs hiervoor moest Israel optreden als een soort vooruitgeschoven post van het Westen. Ten tweede maakte het conflict met de Palestijnen dat de bevolking van Israel haar toevlucht zocht bij rechtse partijen, die zoals gebruikelijk meer veiligheid beloofden. Een belofte die nooit is waar gemaakt. Op zich is het conflict niet zo moeilijk op te lossen. De twee staten oplossing waarbij de grenzen die van 1967 zijn is eigenlijk een uitgewerkt plan dat zo kan worden toegepast. Toch blijven er aan beide kanten krachten die een oplossing in de weg staan. Omdat we nu vooral naar de Israëlische kant kijken, laten we de problemen in het Palestijnse kamp even buiten schot.

Het conflict heeft Israel veel schade opgeleverd. De prijs voor de Amerikaanse steun is veel te hoog en intussen is het land binnen de internationale gemeenschap steeds meer geïsoleerd geraakt. Voor de Israëlische bevolking is de maat meer dan vol. De harde rechtse lijn van de huidige Likud regering heeft een enorme protestbeweging tot gevolg gehad. De activisten willen meer gerechtigheid en een einde aan de rechtse bezuinigingen. Steeds meer stemmen duiken op die Israel terug willen brengen naar het oude socialistische verleden. Deze beweging gaat in golven, maar het heeft wel veel veranderingen teweeg gebracht. De regering moest een aantal maatregelen terugdraaien en meer rechtvaardige voorstellen op tafel leggen. Maar de strijd is nog lang niet gestreden. Daar komt nog bij dat steeds meer mensen zich beginnen te verzetten tegen de druk van religieuze orthodoxen, die het land hun eigen wil op willen leggen. Het moet duidelijk zijn dat er in Israel een grote strijd aan de gang is die ook voor de linkse beweging hier van belang is. Deze strijd wordt niet gezien omdat de meeste linkse partijen en organisaties niet verder kijken dan de Palestijnen.
Dat is een foute benadering omdat een ander Israel ook een doorbraak kan forceren in het conflict. Nu al is het zo dat de overgrote meerderheid van de bevolking een twee staten oplossing wil. Het zijn de rechtse leiders die dit in de weg staan. Ook is 65% van de bevolking tegen een aanval op Iran. Dit ondanks dat iedereen op de hoogte is van de potentiële dreiging van een Iraanse atoombom. Het moet dus duidelijk zijn dat er in Israel veel te winnen is voor links en dat de huidige afwijzende houding alleen maar averechts werkt. Lenin heeft er altijd opgehamerd dat we niet moeten isoleren of uitsluiten, maar juist zoeken naar bondgenoten die we kunnen winnen voor onze ideologie. Dat betekend niet dat we geen kritiek mogen hebben of overal zo maar achteraan lopen. We moeten altijd onze eigen standpunten naar voren blijven schuiven en in iedere situatie een klassenstandpunt innemen.

In het Midden Oosten zijn hier zeker mogelijkheden voor. We hebben in de laatste 4 jaar gezien dat de regering van Obama nauwelijks initiatieven heeft genomen om het conflict op te lossen. Dit is opmerkelijk want bijna iedere VS regering maakte hier een prioriteit van. Natuurlijk blijft Obama Israel steunen, maar van echte initiatieven of doorbraken is geen sprake. Volgens sommige kringen komt dit door dat Amerika op energie gebied zoveel alternatieven heeft ontwikkeld dat het niet langer afhankelijk is van het Midden Oosten. Dit proces zou nog niet compleet zijn, maar het gaat wel in die richting. Als dit op waarheid berust, en daar heeft het de schijn van, is het Midden Oosten, en de zich daar bevindende olie, voor Amerika steeds minder van belang. Helemaal loslaten zullen ze het nooit uit militaire overwegingen, maar het zal een veel mindere prioriteit hebben.
Als de Amerikaanse invloed minder wordt, en Israel weer meer naar links kan schuiven, komt er ruimte vrij voor hele andere vormen van beleid. Dan kunnen er ook ander bondgenotenschappen worden gesloten. We noemden eerder de Koerdische kwestie. Een soort Koerdistan als autonome eenheid begint zich steeds meer af te tekenen. De ontwikkelingen in Irak, Syrië en Turkije wijzen hier op. Als dit doorzet heeft Israel in de Koerden goede bondgenoten en kunnen er dus hele andere coalities in het Midden Oosten ontstaan. Als de 40 miljoen Koerden een eenheid kunnen vormen en een coalitie met een meer links Israel kunnen sluiten zal hier een enorme kracht van uit gaan. Dan staat een oplossing van het conflict met de Palestijnen nog maar weinig in de weg.

Zo’n coalitie heeft twee grote voordelen; het kan de Amerikaanse invloed in het Midden Oosten terugdringen en een dam opwerpen tegen de politieke Islam die, in de vorm van de Moslim Broederschap en nog radicalere stromingen, steeds verder om zich heen grijpt. Net als Israel hebben ook de Koerden ervaringen met aanvallen vanuit de politieke islam, en het zou dus niet moeilijk moeten zijn om elkaar op dit terrein te vinden. Nu al heeft Israel grote problemen met Turkije, de aartsvijand van de Koerden. Begin volgend jaar zijn er verkiezingen in Israel en dit kan het begin zijn van een ruk naar links. De ruimte is er nu, en de bevolking wil duidelijk een andere koers. Het is wel belangrijk dat de sprookjes over gevaar en dreigingen dan worden weggenomen. Hier in kan ook de linkse beweging in de rest van de wereld een rol spelen.
In plaats van Israel steeds aan te vallen zou het belangrijker zijn om bondgenoten te zoeken en gezamenlijk de strijd met rechts aan te binden. Dit voorkomt isolatie en maakt de weg vrij voor echte vooruitgang. We willen allemaal een ander Midden Oosten, maar om dit te bereiken is een positieve en niet een afwijzende houding nodig. Afwijzing speelt alleen rechts en de Amerikanen in de kaart. Precies die fout mogen we niet meer maken. Verder is het ook duidelijk dat het antisemitisme in veel delen van de wereld, inclusief, Europa weer aan het toenemen is. Ook deze vorm van racisme en uitsluiting vraagt om een gezamenlijke aanpak. Het negatieve beeld van Israel dat in veel linkse organisaties aanwezig is mag dit niet in de weg staan.

Lenin heeft altijd gezegd dat politiek bedrijven een kwestie is van bondgenoten zoeken en waar nodig compromissen sluiten. Zolang we binnen de kaders van onze ideologie blijven hebben we absoluut niets te vrezen. Integendeel we kunnen een grote rol spelen in het vormen van een ander Midden Oosten, dit als een stap naar een federatie van socialistische staten. Hierbij moeten we een ding goed voor ogen houden. Het kapitalisme heeft het Midden Oosten alleen maar dood en verderf gebracht, of je nu kijkt vanuit het standpunt van het Israëlische of het Palestijnse volk, de Koerden of de Arabieren. Oorlog, uitbuiting en opgeklopte wapenwedlopen, dat zijn de oplossingen van de imperialisten. Het wordt tijd dat wij, als linkse strijdorganisaties, de uitdaging aangaan en deze in bloed geschreven geschiedenis tot een positief einde brengen.

donderdag 25 oktober 2012

Van onderdrukkers en onderdrukten

In de tweede helft van de 19de eeuw schreven Marx en Engels over de onderdrukte en de onderdrukkende naties in Europa. Daar tussen in waren nog een aantal naties die niet zelf onderdrukten, maar die zich wel lieten gebruiken als verlengstuk van de onderdrukkende naties. Voor Marx en Engels was de grootste onderdrukkende natie het Rusland van de Tsaar. Dit reusachtige land had een super rijke bovenlaag en het volk was gedompeld in de bitterste armoede. Ook deden de tsaren hun best om de bevolking zo dom en achterlijk mogelijk te houden. Het buitenlandse beleid van de Tsaren was er steeds op gericht om iedere poging, waar dan ook in Europa, om volkeren te bevrijden en emanciperen hardhandig de kop in te drukken.

Het was dan ook niet verwonderlijk dat Marx en Engels prioriteit gaven aan het omver werpen van het Tsarenrijk en veel bewegingen steunden die er op waren gericht om de kleinere landen uit de greep van de Tsaar te bevrijden. Andere onderdrukkende naties in Europa waren Groot Brittannië, Duitsland en ook Frankrijk. De onderdrukte naties waren ondermeer Polen en Hongarije. Pogingen van de volkeren in deze landen om hun eigen weg te gaan werden bloedig neergeslagen. Ook Nederland werd tot de onderdrukkende landen gerekend omdat Nederland een aantal koloniën bezat en er niet voor terug schrok om ook daar met harde hand de Nederlandse belangen te vestigen.
Over de jaren hebben veel landen zich uit deze toestand bevrijdt en is er veel meer democratie ontstaan. Een grote omslag was de revolutie in Rusland in 1917 die tot de geboorte van de Sovjet Unie leidde. Door de twee wereld oorlogen werden de kaarten in Europa opnieuw geschud en ontstond er een lappendeken van verschillende naties die wel samen werkten, maar toch ook hun onafhankelijkheid behielden. Vooral het bestaan van de Sovjet Unie en de angst voor dit machtige land onder de heersers in Europa gaf de arbeidersbeweging in het hele Westen de mogelijkheid om eisen te stellen en verworvenheden binnen te halen.

Op dit moment zien we in Europa weer het beeld ontstaan van onderdrukkende en onderdrukte landen. De onderdrukte landen zijn dit keer Griekenland, Spanje, Italië en Portugal. Deze zuidelijke landen zijn tot armoede gedreven door de Europese Unie en het IMF, met de Eurozone als fysieke uitdrukking van deze onderdrukking. Het was altijd duidelijk dat de beschreven landen niet in staat zouden zijn om aan alle eisen van de Eurozone te voldoen. Toch werden zij toegelaten zodat de Europese Unie haar macht ook in zuid Europa kon laten gelden. De heersende klassen van deze landen speelden het spel mee omdat ze er zelf enorm veel beter van werden. De volkeren zijn nu het slachtoffer van dit alles. Zij worden door de EU en het IMF onderdrukt en zijn door hun eigen heersers verraden. Heersers die nu weer collaboreren om de verstikkende bezuinigingen door te drukken. Dubbel verraad dus. Niet verwonderlijk, maar wel een schande.
Wie zijn nu in deze tijd de onderdrukkende landen. Zonder lang denken kunnen we meteen naar het Duitse imperialisme wijzen. Er bestaat geen twijfel aan dat Duitsland via de EU, en de financiële mechanismen die hiermee verbonden zijn, wil bereiken wat het in twee wereld oorlogen niet is gelukt. Namelijk macht krijgen over heel Europa. Hier en daar wordt nu al gesproken over een Vierde Rijk in navolging van Hitler’s Derde Rijk, en deze observatie zou wel eens niet zo ver van de waarheid kunnen liggen. De Duitse leider Merkel is er in geslaagd om aan vele landen haar wil op te leggen en de conservatieve agenda uit te voeren. Ook nu weer zijn er landen die als verlengstuk van de machtigen optreden. Daaronder valt ook Nederland. Op de Duitse TV werd na de recente verkiezingen gezegd dat Rutte de meest vergaande bondgenoot van Merkel is.

Toch is het helemaal niet zeker dat het Duitse imperialisme er in zal slagen om de conservatieve agenda volledig uit te voeren. De ogen van de volkeren zijn open gegaan en de tegenstand tegen de vele bezuinigingen neemt met de dag toe. De Europese media proberen de berichten over opstanden en protesten te dempen of neer te zetten als de acteis van een paar raddraaiers. Maar de werkelijkheid is anders.
Toen Merkel midden oktober naar Athene ging om haar macht te tonen gingen duizenden mensen de straat op om tegen haar beleid en haar aanwezigheid te protesteren. De straten van Athene waren vol, ondanks het feit dat de autoriteiten alle demonstraties hadden verboden. De bevolking liet zich hierdoor niet afschrikken. Natuurlijk waren er ook gevechten met de fascistische politie, maar niet daar in lag de kracht van het protest, maar in de enorme aantallen mensen die bereid waren om deel te nemen aan door de autoriteiten illegaal verklaarden demonstraties. Daar in lag de overwinning op Merkel, die met haar gezedenpreek resoluut de deur werd gewezen. De Griekse bevolking maakte op allerlei manieren duidelijk dat met niet op een tweede Hitler zat te wachten.

Ook in andere landen wordt nu naar de ware schuldigen van de crisis gewezen, en daarbij komt het Duitse imperialisme steeds op de eerste plaats. Als het Duitse imperialisme denkt dat het Europa zo maar kan overwinnen zal het nog voor een aantal verrassingen komen te staan. Wel is belangrijk dat we steeds in de gaten houden dat niet de volkeren tegen over elkaar komen te staan. We moeten ons verzetten tegen het Duitse imperialisme en de conservatieve agenda, maar niet tegen het Duitse volk. Ook in Duitsland wordt bezuinigd en is de werkloosheid torenhoog. Ook daar leven miljoenen mensen in armoede. Ook zij hebben dezelfde vijanden. Een van de oprichters van de KPD (Communistische Partij van Duitsland) aan het begin van de vorige eeuw, Karl Liebknecht, zei ooit: “De vijand staat in eigen land”. Voor het Duitse volk geldt deze uitspraak nu weer meer dan ooit.
Er zullen mensen zijn die zeggen dat Duitsland toch een democratisch land is en dat het dus wel niet zo’n vaart zal lopen. Dat is een foute gedachte. Er werd ooit ook gezegd dat een land met zo’n hoogstaande cultuur als Duitsland nooit een barbaar als Hitler aan de macht zou laten. We weten nu dat ook dat een verkeerde inschatting was. Een inschatting die miljoenen het leven heeft gekost. De aanvallen op linkse partijen in Duitsland nemen nu al toe. Soms gebeurt dit door extreem rechtse knokploegen, maar soms neemt het ook een heel andere vorm aan.

Ook hiervoor levert het bezoek van Merkel aan Athene een goed voorbeeld. Tijdens het bezoek reisde Bernd Riexinger, een van de leiders van Die Linke, ook naar de Griekse hoofdstad. Niet om Merkel te steunen, maar om aan de demonstraties tegen Merkel deel te nemen en zijn solidariteit te tonen met de Griekse arbeiders. Dagenlang werd hij door de Duitse pers aangevallen omdat hij Merkel in de rug zou hebben gestoken. Hij werd in sommige kranten neergezet als een soort landverrader. Alleen omdat hij zijn mening duidelijk wilde maken en tonen dat niet heel Duitsland achter de omhooggevallen predikantendochter staat. De democratie in Duitsland staat dus maar op wankele voeten.
Het is goed om te zien dat veel volkeren in Europa nu de dreiging zien en zich er niet bij neer leggen. Dat men de straat op gaat en misschien binnenkort de opstand zal ontketenen. Daarvoor is eenheid nodig. We schreven het al eerder, hulp aan Griekenland is niet meer geld storten in failliete banken, maar samen met de Grieken en de andere onderdrukte volkeren de strijd aan gaan tegen de dictaten van Brussel en het Duitse imperialisme. Kortom; organiseer en sla terug!!

donderdag 18 oktober 2012

Meneer Europa, de gokverslaafde alcoholist

Het begon allemaal vele jaren geleden. Meneer Europa had toen een goede baan als hogere beambte bij een ministerie wat er niet toe doet. Hij verdiende behoorlijk, had een vrouw een huis en zelfs twee kinderen. Hij was niet rijk, maar ook niet arm en het leven was goed. Maar Meneer Europa had ambitie. En hij had een concurrent. Net tegenover hem, aan de andere kant van het water woonde een familielid die Uncle Sam heette. Uncle Sam woonde in een enorm huis dat witte muren had en zo’n grote tuin dat er drie tuinmannen in verdwaald waren die men nooit meer had teruggezien. Voor Meneer Europa was Uncle Sam eerst een voorbeeld, maar later een obsessie. Waarom kon zijn familielid zich alles permitteren terwijl hij altijd moest oppassen? Dat ging hem over de jaren steeds meer dwars zitten.

Op een dag leek in de situatie verandering te komen. Op het ministerie werd bekend gemaakt dat er een nieuwe werkgroep opgericht zou worden die uiteindelijk een nieuwe afdeling zou worden. Het doel; het invoeren van een nieuwe munt die de Knudde zou gaan heten. Op zich interesseerde Meneer Europa deze munt weinig, tot hij ontdekte dat hij in de werkgroep plaats mocht nemen, en later leider van de nieuwe afdeling zou worden. Dit betekende promotie en een fikse salaris verhoging. Meneer Europa duizelde als hij aan dit alles dacht. Zou hij toch zijn droom nog kunnen waarmaken? Zou hij toch nog eens net zo succesvol worden als die oude vrek aan de overkant van het water?
Meteen na dat hij het goede nieuws ontvangen had belde hij zijn vrouw, die er met gepaste trots op reageerde. Maar Meneer Europa dacht meteen verder. Dit was zijn moment. Iemand had ooit eens gezegd dat iedereen recht had op 15 minuten in de zon. Voor Meneer Europa was de zon nu begonnen met schijnen. Tenminste, daar ging hij vanuit. Hij moest zijn moment nu pakken, meteen toeslaan. Hij belde zijn makelaar en gaf hem het bevel om het mooiste en het grootste huis voor hem aan te kopen dat nu op de markt te vinden was. De makelaar aarzelde tot hij het nieuwe salaris van Meneer Europa hoorde. Op dat moment won zijn geldgier het van zijn voorzichtigheid, en hij stemde in. Meneer Europa belde ook de bank en regelde een mega hypotheek. Ook de bankier aarzelde, maar ook bij hem won de geldgier het van zijn voorzichtigheid en hij stemde in.

In de 2 weken die volgde tekende Meneer Europa het contract plus hypotheek en betrok een reusachtig huis, dat weliswaar nog niet zo groot was als het huis aan de overkant van het water, maar het ging in die richting. En misschien in de toekomst…….wie weet. Hij moest en zou zijn droom uitvoeren. Voor 2 weken leefde Meneer Europa als een prins en genoot van het leven. Maar toen, het was op een vrijdag, ging er een schok door het ministerie. Lagere ambtenaren die een salaris vermindering waren opgedrongen om voor de invoering van de nieuwe werkgroep en dus ook de Knudde te betalen, gingen in staking. Ze pikten het niet dat zij aan de bedelstaf zouden eindigen terwijl een paar uitverkorenen er met de buit vandoor gingen. Eerst dreigde het ministerie met ontslag, maar de ambtenaren opperde plannen voor een bezetting en dat was teveel voor het hoofd van de dienst. Hij liet een memo uitgaan waarin stond dat de werkgroep en de nieuwe afdeling niet door gingen. De Knudde, nou ja, daar zou nog wel eens een onderzoekje naar gedaan worden. Meer zat er nu niet in. Onderaan het memo stond dik gedrukt dat hiermee alle promoties en verhogingen waren teruggedraaid.
Toen Meneer Europa deze woorden op zijn computerscherm las zat hij stokstijf. Eerst dacht hij dat het een grap of een vergissing was. Maar dit bleek niet het geval. Het was de bittere, koude waarheid. Hij verliet zijn werkplek en liep naar buiten. Hij moest nadenken. Dit kon toch allemaal niet waar zijn. Van zijn gewone salaris kon hij de nieuwe hypotheek nooit betalen. Hij zat tot over zijn oren in de schulden, en nu moest hij zijn vrouw ook nog vertellen dat het allemaal niet door ging. Nee, het kon niet waar zijn. In gedachte zag hij ook Uncle Sam grinniken aan de andere kant van het water. Hij moest er niet aan denken. Er moest een oplossing zijn, maar wat? Eerst maar niets zeggen en tijd winnen.

Toen hij die avond naar huis reed passeerde hij een casino dat de naam “Kapitaal” droeg. Hij stopte en keek naar het gebouw met de flitsende lichten. Dat kon de oplossing zijn, maar hij aarzelde nog. Weer zag hij het grinniken van die oude vrek aan de overkant. Hij stapte kordaat uit en ging het casino binnen. Hij zou er een vaste klant worden. In het begin leek het allemaal goed te gaan. Hij won regelmatig aan de roulettetafel en als het zo door ging zou hij zijn nieuwe leven niet hoeven op te geven. Hij ging van het casino houden en het personeel zag hem graag komen. Maar al snel kwam de tegenwind. Hij verloor, steeds opnieuw. En zelfs als hij wat won dwong de speelzucht hem om het meteen weer in te zetten, wat meestal weer verlies betekende. Hij werd er wanhopig van en werd nu ook vaste klant bij de slijter. De wodkafles kon tenminste nog wat gouden randjes aan zijn inktzwarte dagen geven.
In zijn reusachtige huis stapelde zich de rekeningen op. De bank deed moeilijk over de hypotheek en zijn schuldeisers werden steeds brutaler. Tegen zijn vrouw deed hij net of er niets aan de hand was. Ze merkte wel dat haar man steeds vreemder begon te doen. Maar ze genoot van haar grote huis en de rest van de luxe, dus sloot ze haar ogen. Een veel voorkomend fenomeen in de familie Europa. Meneer Europa werd intussen steeds wanhopiger, en ook de flessen wodka die hij naar binnen werkte namen voordurend toe. Hij zag nog maar een uitweg. Hij moest een flinke som geld bij elkaar brengen en dan in het casino een grote slag slaan. Dat werd zijn nieuwe obsessie. Als hij maar een keer groot kon winnen zouden als zijn problemen voorbij zijn.

Hij leende overal geld bij vrienden, met beloftes dat hij binnen enkele dagen zou terug betalen. Toen kwam de grote avond. Nu zou hij zijn slag slaan. Nog een keer, een keer de grote overwinning binnen slepen. Hij noemde het zijn Euro-top. In het casino gooide hij alle remmen los. Hij zette al het geld dat hij had op nummer 26, zijn geluksnummer. Het kleine balletje zweefde over de nummers, het rolde langzamer. Meneer Europa zag zijn nieuwe toekomst al in de verte aan de horizon verschijnen. Langzaam rolde het balletje richting zijn nummer. Hij was zeker dat het zou lukken, en toen: op precies nummer 25 kwam het balletje tot stilstand. In een slag was al het geld verdwenen. Meneer Europa voelde hoe hij in de afgrond zakte. Over, afgelopen, uit.
Zo als was te voorspellen landde Meneer Europa in de goot. Hij verloor zijn huis, zijn vrouw liep weg en zijn kinderen wilden hem niet meer zien. Het ministerie had hem al lang buiten de deur gewerkt. Hij werd zwerver en speelbal van iedereen om hem heen. Soms, als hij in de avond in zijn woondoos onder de brug lag keek hij nog even over de rand naar het grote witte huis van Uncle Sam aan de overkant. Uncle Sam was zijn mislukte neef al lang vergeten en Meneer Europa wist het nu; Europa zou in de wereld nooit iets betekenen, de grootheidswaanzin had alles vernietigd. Van super status naar de totale ondergang. Het oude gezegde bleef waar; hoogmoed komt voor de val.